Hoofdstuk 12


Vers 1

Juda trekt nog op met God.

Dit klinkt positief voor Juda.

NBG en VdW vertalen het laatste stuk anders. Dan is het juist negatief.


Dit is dus eigenlijk tegengesteld aan HSV.

Het staat tegenwoordig wel vast dat we aan "rûwd" (trekt op) een negatieve betekenis moeten geven: afdwalen, ronddolen.

Deze negatieve vertaling past ook beter bij vers 3, waar God een rechtzaak heeft met Juda.



Vers 2

"Herder van de wind".

= hij waait met alle winden mee.


Oostenwind.

=Assyrië.


Olie naar Egypte.

Ze kopen steun in Egypte.



Vers 3

Rechtzaak met Juda

God zal aan Juda de zondige daden vergelden.

Dit klopt beter met vers 1 als vers 1 negatief vertaald wordt.



Vers 4

Streed met God.

"Met God" is eigenlijk geen goede vertaling op grond van, want niemand kan Gods aangezicht zien.

Als JHWH bedoeld was, zou er "de" staan vóór "ĕlôhîym".

In vs 5 is het "engel". Dat klopt beter.



Vers 5

Hij streed.

Wie is "hij"?

Dat is Jakob.

Sûwr = machtig zijn, overheersen.

VdW:

Man.

In Genesis 32:25 vertalen de meeste vertalers met "man". Het grondwoord "îysh" kan ook "iemand" betekenen.


En overwon.

"Overwon" staat nog te bezien. Het woord betekent meer van een bekwaamheid, een vermogen om te overwinnen.

VdW: om de overhand te verkrijgen.


Wenend vroeg hij Hem om genade.

Waarschijnlijk moeten we dit zo lezen: wenend vroeg de engel aan Jakob om genade. In Genesis 32 smeekt Jakob om hem te zegenen.

VdW : Hij (Jakob) jammerde en smeekte om een gunst. (om erkenning van zijn eerstgeboorterecht.)


"In Bethel..."

daar droomde Jakob. Daar ontmoette God hem en sprak met hem .


In Bethel vond Hij hem...

W.J.Ouweneel leest:

In Bethel vond de engelvorst van Ezau Jakob (weer) en daar sprak God met hen.

God zal rechtspreken.



Vers 7

"En u".

= nakomelingen van Jakob.

Ze moeten net als Jakob doen. Jakob wilde de HEERE gaan dienen.



Vers 8

Kanaän heeft een bedrieglijke weegschaal.

"In de hand van" kan ook betekenen:"in de macht van".

Dus: Kanaän is in de ban van weegschalen van bedrog.



Vers 9

Bij mij geen ongerechtigheid

Het volk herkent het onrecht niet eens meer als zonde.

God denkt daar anders over.

Hosea somt veel zonden op in



Vers 10

Ik ben de HEERE...

Met deze woorden opent ook de wet.

Deze woorden klonken vanaf Sinaï. Toen werd het verbond gesloten. Nu is dat verbond verbroken. Daarom zullen ze terugkeren naar de toestand bij de uittocht. Ze gaan "in de woestijn van de volken".



Vers 11

Ik zal spreken, Ik zal geven.

Het lijkt dat er verwachting is voor de toekomst. Het is vertaald in de toekomende tijd.


VdW:

Die vloek stond al in



Vers 12

Vraagvorm lezen.

Deze zin begint met "îm". Dan kan de zin een vraag zijn.

VdW:



Vers 13

Jakob vlucht. Israël komt

Jakob vluchtte voor Ezau. Hij is in ballingschap. Hij keert terug als Israël. Zo zal het ook Efraïm vergaan. Als ze terugkeren zijn ze Israël.


Syrië.

Dat gebied wordt ook Mesopotamië genoemd.

Uit dit gebied kwam ook Abraham. Ur lag dus in Syrië, in het huidige Turkije.



Vers 14

Door een profeet.

Dat is Mozes.

Mozes is hier type van de Messias. Efraïm keert terug als bekeerd Israël. Jezus, Dé Profeet zal hen hoeden.



Vers 15

Zijn Heere zal hem zijn smaad vergelden.

âdôwn =

De context bepaalt wat de vertaling moet zijn.

Het gaat hier over de voltrekken van het vonnis over Israël. Dan is de heerser, Assyrië.

De "Hij" en "Hem" zijn hier dus niet God, maar de heerser, de Koning van Assyrië.


VdW:



<