Israël wordt Efraïm.
Efraïm is geen huwelijkskandidaat meer.
Mijn zoon.
Plaatsvervanging.
In Hosea gaat het over Gods zoon Israël .
In Mattheus 2:15 gaat het over Gods Zoon Jezus.
Dit is een bekende manier van uitleg bij de Joden: Eén Persoon neemt de plaats in van velen.
Vb.
Israël was het licht van de wereld. Jesaja 42:6.
Jezus noemt zich:Licht vd wereld. Johannes 8:12.
Een tekst die moeilijk te vertalen is.
Maar hoe
Deze woorden staan niet in de grondtekst, maar zijn overgenomen uit de Septuaginta.
Hoe meer zij hen aanriepen
"Hen"=afgoden.
Hier staat meervoud.
Een duidelijke tegenstelling met de enige God "Ik ben".
Al spoedig ná Jozua komen de afgoden. Richteren 2:10-14
Onder hun ogen wegliepen.
Letterlijk: zij liepen vanuit hun gezichten.
VdW: want zij wenden hun aangezicht af.
Ík leerde hen...
In Hebreeuws ligt nadruk op "Ik".
God gaf, bij het opgroeien, leiding aan Efraïm. God was de Gids.
Hij nam hen op Zijn armen
Lâqach = nemen, maar dan in de betekenis van
" nemen op" staat er NIET.
Er staat zoiets als:God nam de armen weg.
VdW: God nam hun kracht weg.
VdW: Ík was Efraïm tot gids en deed hun macht afnemen.
Ik trok hen..
Hier klinkt liefde van God voor Efraïm.
Juk
Een houten draagvlak in combinatie met een halster.
Niet terugkeren naar Egypte
Israël keert zich niet meer tot Egypte.
Geen verbond meer met Egypte. Assyrië is de overheerser en zal nu hun koning zijn.
De oorzaak is: ze weigeren God te dienen.
Grendels
=afsluitbomen bij de poorten.
En verslinden vanwege...
VdW: dat zal een einde maken aan hun overleggingen.
Het spreekt dus over de verschrikkelijke manier waarop de Assyriërs huis hielden.
7b
VdW zegt deze zin in de vragende vorm.
VdW:" als zij tot de Allerhoogste zullen roepen, zal Hij hen dan niet op gelijke wijze verheffen?"
Dus.. Het was te laat en zo deed God aan hen in overeenstemming met hun gedrag, in overeenstemming met hun afkerigheid van God.
Gods gerechtigheid eist straf, maar het doet God vreselijk verdriet. God wil Efraïm niet overgeven zoals Hij Sodom en Gomorra, Adama en Zeboïm overgaf.
God wil dit niet , want voor de komst vh vrederijk zijn de 10stammen ook nodig. Efraïm moet weer Gods volk (Ammi) worden.
8c
VdW: "Mijn binnenste is veranderd; Mijn hart is evenals mijn medelijden ineengeschrompeld. "
Wel of geen straf?
VdW:" zal Ik mijn brandende toorn niet uitvoeren? Zal Ik Mij niet afwenden opdat Efraïm verwoest zal worden? Want Ik ben God en geen mens; de Heilige in uw midden! Zal Ik daarom een stad niet binnengaan?
Achter de HEERE aangaan
VdW:" daarna zullen ze JHWH volgen."
In de verzen 10 en 11 volgen beloften voor de toekomst. Toekomstig herstel.
Joel 3:16
Jeremia 25:30-31
Jesaja 43:5
Jesaja 49:12
Ze zullen komen als een vogel
Kanaän ligt op route van trekvogels. Vermoeid (bevende) zullen de trekvogels na een lange tocht uitrusten in Kanaän. Zo ook de tien stammen.