Hoofdstuk 9


Vers 1

Kom … straffen.

Of:

In hoofdstuk 8 zag Ezechiël de gruwelen van het volk, nu ziet hij de straf.



Vers 2

Zes mannen + één.

Waarschijnlijk zijn het engelen. Mogelijk is die ene de Engel des HEEREN, Jezus. Ook ziet men er Gabriël in, de uitvoerder van Gods wil op aarde.

Engelen voeren vaker straf uit.

In Amos 4:11-12 lezen we over elohim die Sodom verwoestten. Dat waren 2 engelen.

De Man in linnen.

In Ezechiel 10:2 brengt deze Man ook verderf. Hij strooit vurige kolen op Jeruzalem.

Dan zou het ook een 7e verderfengel kunnen zijn.

In Openbaring komen we ook 7 (aarts)engelen tegen die 7 schalen leeggooien en veel verderf brengen aan het eind van de grote verdrukking.

Zij komen uit het binnenste heiligdom in de hemel.

Ze stonden dus voor Gods aangezicht. Ze zijn dan aangezichtsengelen = aartsengelen.



Vers 3

De cherub.

Het kan ook representatief zijn voor een geheel. Dan kunnen we "cherubs" lezen.


De heerlijkheid van God.

Hier zien we dat God aanstalte maakt om de tempel te verlaten.

Dat gebeurt definitief in



Vers 4

Merkteken.

Letterlijk: tav.

Tav is de laatste letter van het Hebreeuwse alfabet. De letter, in oud-hebreeuws schrift, heeft de vorm van een kruis. (× of +)

Thora begint met de letter tav. De mensen die het merkteken kregen, leefden naar Gods Thora.


Kaïns teken.

Kaïn kreeg ook een teken, maar dat was een ander teken. Daar wordt het woord "oth" gebruikt.

Gods teken op het voorhoofd.

144.000 Joden krijgen tijdens de grote verdrukking ook een teken op hun voorhoofd.

Deze mensen kregen de naam van de Vader op hun voorhoofd.



Vers 6

Oudere mannen.

Waarschijnlijk die 25 mannen uit

Die waren bij het heiligdom. Die bedreven daar gruwelijke zonden.

Daarom:



Vers 7

Verontreinig de tempel.

Er bestaat géén geestelijke vervulling van de oordelen.

God gaat weg uit de tempel.

Nu mag de verontreinigde tempel nog meer verontreinigd worden door lijken.



Vers 8

Soms helpt bidden niet, soms wel.



<