Hoofdstuk 10


Vers 1

Gewelf.

Dat gewelf wordt ook beschreven in

Johannes ziet ook Gods troon. Hij ziet andere edelstenen nl. jaspis en sardius.

Boven hen.

Boven de cherubs.



Vers 2

De troonwagen staat bij of in de tempel.


Tussen de wielen.

Tussen de "ofanim". Men denkt ook wel aan hemelwezens.

Zie aantekeningen bij



Vers 3

Rechts vd tempel.

Aan de zuidzijde.


Dé wolk.

he' ānān.

Het gaat om een speciale wolk.

De wolk schermt Gods heerlijkheid af. Niemand kan de aanblik van Gods heerlijkheid verdragen.

Ook als Mozes bij God komt, omhult God zich.

Niemand kan God zien en in leven blijven.

Deze wolk was er ook toen God intrek nam in tabernakel en tempel.

De wolk verscheen als de heerlijkheid van God zich ging verplaatsen. Dit is hier dus erg alarmerend. Dit betekent dat God uit de tempel gaat vertrekken.



Vers 4

De heerlijkheid van God.

Hier een wolk met een lichtglans. Net als de vuurkolom in de woestijn. Daarin was ook de heerlijkheid des Heeren.

Naar de drempel.

God wil weg uit Zijn tempel. Het is een plaats van goddeloosheid geworden.



Vers 5

Almachtige God.

El Shaddai.


Stem van God en vuur.

In Deuteronomium 5:22-23 spreekt God ook. Een overweldigend geluid. Dat kwam uit de duisternis van de wolk, maar er was ook brandend vuur op de Sinaï.

Zo begon het verbond met Gods stem en vuur. Zo eindigt het verbond met Gods stem en met het vuur dat nu uitgestrooid wordt door de Man in linnen gekleed.


Geluid hoorbaar in de buitenste voorhof.

De cherubs stonden in de binnenste voorhof.



Vers 7

En ging weg.

Hij ging die vurige kolen uitstrooien over Jeruzalem.



Vers 9

Vier wielen.

De rabbijnen denken hier aan een engelenklasse, de ofanim.

Bij elke cherub komt een ofan.



Vers 11

Wanneer ze gingen

Ze = de cherubs


Ze konden naar 4 zijden gaan...

Ze = wielen.



Vers 12

Hun hele lichaam.

Het lichaam van de cherubs, zie vers 15.


Wielen.

Wielen = Ofanim.

Wielen met ogen is vreemd. Dit pleit ervoor om aan hemelwezens te denken.


Vol ogen.

Ook de cherubs in Openbaring hebben veel ogen.



Vers 13

De vier wielen.

De vier ofanim blijken hier een naam te hebben: Galgal.

Dit slaat waarschijnlijk op de verschijningsvorm nadat de vier ofanim tot één wezen versmolten zijn.

Galgal.

Draai, keer om, ga voort.



Vers 14

4 gezichten.

In Ezechiel 1:10 staat dat één van de gezichten als een rund is.

In dit vers staat niet "rund", maar cherub.

Logische conclusie dat het gezicht van die cherub en dat van het rund identiek zijn.

Het zijn dezelfde gezichten en dezelfde gedaanten als die Ezechiël zag bij de rivier Kebar.

In Ezechiel 10:20 heten deze wezens toch cherubs.



Vers 17

De geest was ook in de wielen.

Deze woorden pleiten ervoor om de ofanim ook als een engelenklasse te zien en niet als levenloze wielen.



Vers 18

God verlaat de tempel. De heerlijkheid gaat naar de Olijfberg volgens

Zo wordt Israël "Lo-Ammi " = niet Mijn volk

Pas in de derde tempel keert de heerlijkheid terug. Dan is Israël weer Ammi = mijn volk.



Vers 19

De heerlijkheid van God vertrekt

Hét vertrek lezen we in Ezechiel 11:22-23

We lezen nergens dat de heerlijkheid des Heeren terug komt. Pas in de nieuwe tempel in komt de heerlijkheid van God terug.

De heerschappij over de aarde komt nu bij de volken.

Pas als de tijden van de volken vervuld zijn

keert Gods heerlijkheid terug.

God des hemels

Sinds het vertrek uit de tempel van God heet God: God des hemels.



Vers 22

Zelfde gezichten?

In Ezechiel 1:5 lees je dat één van de gezichten van een rund is. In Ezechiel 10:14 is rund vervangen door cherub.



<