Hoofdstuk 11


Vers 1

Oostpoort.

Daar stond ook de troonwagen van God.

Zonaanbidders.

Deze 25 personen komen ook voor in

Er zijn belangrijke personen bijeen, met 2 leiders van het volk.

Volgens Ezechiel 9:6 gingen de verderfengelen iedereen doden die op het tempelterrein aanwezig was. Deze 25 mannen zijn dus waarschijnlijk net daarvoor vertrokken. Ze verblijven, volgens Ezechiel 11:1, nu bij de ingang van de Oostpoort, waar ook Gods troonwagen staat.

Maar...deze Jaäzanja is de zoon van Azzur, terwijl in Ezechiel 8:11 Jaäzanja de zoon van Safan is.


Pelatja sterft spoedig.



Vers 2

Hij.

Dat is de Geest uit vers 1.


Verkeerde raad.

Deze mannen zeggen: "We geven de stad niet over".



Vers 3

Voorlopig geen huizen bouwen.

Geen huizen bouwen, want dat zou de verdediging bemoeilijken.

Men acht zich veilig, goed beschermd. Spoedig komt de tijd weer om huizen te bouwen.


Anders vertaald:

Of: (ons verderf) is nabij, laten we huizen bouwen.


De stad is de pot.

De stad zal ons (het vlees) tegen het vuur beschermen. Dit is waarschijnlijk een spreekwoord.

God neemt dit beeld over, maar maakt duidelijk dat in een pot dood vlees zit. Dat zijn de gesneuvelden.

God verandert het beeld van een beschermende pot in een kookpot.

Levend vlees wordt nooit door een pot beschermd. De levenden zullen uit de stad worden weggevoerd.



Vers 5

Huis van Israël.

Het Sinaïtische verbond is gesloten met 12 stammen.

Nu het Sinaïtische verbond verbroken is, spreekt God opnieuw tegen Israël, 12 stammen.



Vers 6

U hebt.

De vele doden zijn een direct gevolg van de goddeloosheid.

God straft.



Vers 7

Het vlees in de pot.

In de pot (=Jeruzalem) zit dood vlees. Dat zijn de gesneuvelden.

De overlevenden zullen

uit de stad vertrekken, dus in ballingschap gaan.



Vers 8

Het zwaard hebt u gevreesd.

Dat is het zwaard van Babel , Nebukadnezar.

Maar...God stuurt ook nog de zwaarden van de verderfengelen.



Vers 9

Uit het midden ervan.

Uit het midden van Jeruzalem.


Vreemden.

= Chaldeeën.


Strafgerichten.

  1. Door Nebukadnezar.
  2. Door de verderfengelen. Ezechiel 9:1.



Vers 11

Als overlevenden zullen ze uit de pot Jeruzalem gehaald worden. Alleen de doden zijn het vlees in de pot.



Vers 13

Dood van Pelatja.

Als Ezechiël dit visioen bekend maakt, laat God direct zien dat Gods woord, door Ezechiël gesproken, zeker zal uitkomen.

Pelatja is de eerste dode in de "pot-stad".

Hij is één van de meest goddeloze leiders.


Gebed van Ezechiël.

Ezechiël ziet dat het God ernst is. Is het strafgericht nu al begonnen? Wordt dit het einde van Israël?

Wordt er niets gespaard?

Ezechiël schreeuwt tot God!



Vers 14

Heilsbeloften.

Nu volgen heilsbeloften voor de verre toekomst, voor het Messiaanse rijk.

Ook dit toekomstige heil staat reeds in de Thora.



Vers 15

Uw broeders

Dit zijn de ballingen die onder Jojachin zijn weggevoerd.

De achterblijvers in Jeruzalem bespotten de weggevoerden. Wij zijn alléén Gods volk. God geeft óns het land.

De werkelijkheid wordt anders. De hoop voor de toekomst is niet in Jeruzalem, maar bij:

  1. De ballingen in Babel.
  2. De tien stammen, waarvan men in Jeruzalem zegt:" ze zijn ver weg van de HEERE".



Vers 16

God zal de ballingen tot een heiligdom zijn. God verlaat Jeruzalem.


Hoe kort ook.

Dit kan ook vertaald worden met:

Dat kan dan zien op de synagogen. (Kleine omvang)


Ik zal voor hen een heiligdom zijn.

De Targoem interpreteert deze tekst:

Dit zijn de kleine heiligdommen, overal in de wereld waar Joden wonen.



Vers 17

Ik zal u verzamelen.

De eerste groep weggevoerden , of hun nakomelingen, zullen terugkeren.

Maar...in de eindtijd keert Israël terug naar Gods land. Wij zien het vervuld worden.



Vers 18

Wegdoen.

Na de ballingschap dienden de Joden geen afgoden meer. Maar in de eindtijd zal de afgoderij van de antichrist er zijn.

Als het vrederijk aanbreekt, is er veel "schoon te maken":

  1. Gevolgen van de oorlog met Gog. Ezechiel 39:12-16.
  2. Alle sporen van de afgoderij van het beest en van de valse profeet. Zacharia 13:1-2. Micha 5:11



Vers 19

Eén hart.

Een onverdeeld hart.


Eindtijd.

Deze profetie ziet op de eindtijd. In Ezechiël 36 staat hetzelfde en daar gaat het duidelijk over de eindtijd.

Heel Israël zal zalig worden.


Hart van steen.

Niet wedergeboren hart.


Hart van vlees.

Wedergeboren hart.



Vers 20

En die houden.

Het volk heeft zich tot God bekeerd. Nu volgen ze Gods wetten.

Zo is de wijze bouwer.



Vers 23

God vertrekt.

Daarmee gaat Gods woord in vervulling.

Bleef staan.

Letterlijk:

De heerlijkheid (sjechina) van God rustte op de Olijfberg.

De tempel was niet langer het huis van God.

Ezechiel 43:4-5.

Zacharia 14:4.

Ezechiel 48:35.


Waarom vertrok God?

De tempel werd gebruikt voor afgoderij. Het wordt beschreven in



Vers 24

Weer terug in Babel.

De Geest brengt Ezechiël weer vanuit Jeruzalem terug naar Babel.



<