Hoofdstuk 8


Vers 1

Wanneer ?

Ruim 1 jaar, 420 dagen, na het eerste visioen uit Ezechiel 1:1.

Hij moest 390 dagen + 40 dagen op zijn zijde liggen. Die 430 dagen waren nog niet om. Toch is Ezechiël in zijn huis. Waarschijnlijk duurde dat aanschouwelijk profeteren en op één zijde liggen niet de hele dag, maar slechts een deel van de dag.


De oudsten.

In 605 v C. en in 597 v C. waren er aanzienlijken weggevoerd.

Enkele van die personen zijn nu op bezoek.

Wat hun doel was, is onduidelijk.

Bovendien was Ezechiël nog stom.

Soms werd die stomheid tijdelijk opgeheven.



Vers 2

Schittering van edelmetaal.

Anders:

Dan ziet Ezechiël dus een engel.

Zo staat het ook in veel Rabbijnse commentaren.

De heerlijkheid van God, de Sjechina, verschijnt pas in vers 4.



Vers 3

Hij.

Algemeen neemt men aan de dit God is.


In visioenen van God.

Zeer waarschijnlijk komt Ezechiël niet lichamelijk in Jeruzalem, maar in de geest.


Afgodsbeeld van na-ijver.

Koning Manasse had ook al een afgodsbeeld in de tempel gezet.

Misschien was het nog steeds ditzelfde beeld, maar 2 Kronieken 33:15 spreekt over verwijdering van het beeld door de bekeerde Manasse. Koning Amon herstelde alle afgodsbeelden van zijn vader Manasse.

De grondtekst laat 2 opties toe:

  1. Het beeld stond er nog.
  2. Het was de standplaats van het beeld, maar het beeld is weg. Het woord "bevond" kan daarop wijzen.

Hetzelfde woord staat in

God ziet het beeld in Zijn heiligdom en Hij wordt na-ijverig. Het beeld roept na-ijver op. God is jaloers op Zijn eer.

God heet zelfs Na-ijverige.



Vers 4

Heerlijkheid van God.

Ezechiël ziet God zoals in Ezechiel 1.

De sjechina was normaal in het Heilige der Heiligen.

Maar... God zegt dat Zijn heerlijkheid ver weg zal gaan, weg uit de verontreinigde tempel.

Later ziet Ezechiël dat gebeuren.



Vers 5

Hij zei tegen mij...

"Hij" is waarschijnlijk de engel die Ezechiël zag in



Vers 8

Eén ingang.

De enige ingang om in die ruimte te komen.

Een geheime deur naar een geheime ruimte. Daar bedreef men "werken van de duisternis".



Vers 9

2 uitroeptekens.

Achter "binnen" en "zie" horen uitroeptekens te staan volgens de grondtekst.

Dat geeft extra zeggingskracht.



Vers 10

Kruipende dieren.

Allerlei Egyptische dier-goden. Israël steunde op Egypte.



Vers 11

70 mannen.

Mozes stelde 70 mannen aan als volksvertegenwoordigers.

Waren deze 70 mannen het sanhedrin dat God ook vaarwel had gezegd?

Dan gingen de goddeloze leiders het volk in de goddeloosheid voor.


Jaäzanja.

Hij was zoon van Safan. Deze Safan, een schrijver, had koning Josia geholpen bij de reformatie.

Nu gaat Safans zoon op een weg bij God vandaan.



Vers 12

De HEERE ziet ons niet.

Ze vrezen niet voor God, maar ze doen alles wel in het geheim. Deze mannen denken dat God net als een afgod is.


Men zegt: "Jahweh heeft het land verlaten".

Dat is een heidense manier van denken. Die past bij afgoden, maar niet bij God die alomtegenwoordig is.



Vers 14

Thammuz.

Thammuz is de god van de plantengroei.

Hij heet ook Adoni of Adonis en lijkt precies op de Egyptische Osiris.

Door zijn geliefde Isjtar werd Thammuz naar het dodenrijk gestuurd om uit te leggen waarom de vegetatie in de warme maanden stierf.

Men geloofde dat als men Thammuz beweende, dat hij dan weer tot leven kwam. Dat beloofde dan weer nieuwe vegetatie.


Semiramis, vrouw van Nimrod, baarde Thammuz op 25 december.

In Babel vierde men op die datum zijn geboortefeest.

Er was sfeerverlichting en men gaf elkaar een cadeau.

Men versierde naaldbomen.

Later, in de 4e eeuw, zijn Semiramis en Thammuz gekerstend tot Maria en het kind Jezus. Zo kwam het kerstfeest op 25 december.


Semiramis was de eerste hogepriesteres van afgodische mysteriën.


Onder de Yezidis in Koerdistan vinden we nu nog een variant van deze Thammuz-verering.


Thammuz beweenden.

VdW:

In het afgodsbeeld stookte men vuur. Daardoor smolt het lood in de ogen van het afgodsbeeld en kwamen er druppels uit de ogen. De afgod vertoonde reactie.



Vers 16

Hemellichamen worden aanbeden.

Bogen zich neer.

miṣ̌tahăwîtem is een hybride werkwoord. Het is een combinatie van

Dat laatste "vernietigen" wordt zelden in de vertaling teruggezien.

Dus:



Vers 17

Gruwel.

In eindtijd zet de antichrist ook een beeld, een gruwel, in de tempel.

Ze steken wijnranken in hun neus.

Zeer veel verwarring over de vertaling.

De rabbijnen vertalen:

Men vermoedt dat dit een gekuiste versie is en dat de oorspronkelijke tekst erop wijst dat er ordinaire winden worden gelaten bij Gods neus.

De Canisiusvertaling heeft:

Het gaat om ongehoord onzedelijk gedrag.

Letterlijk:

Het is een seksueel verdorven rite. Roede kan ook een mannelijk geslachtsdeel zijn. Dat past bij de zonnecultus.



<