Scheermes, zwaard.
= Nebukadnezar
Beeld van Gods wraak.
Ook Jesaja spreekt over een scheermes. Hij heeft het dan over Assyrië.
Haren.
= Joden.
Verdeeld in 3 hoopjes.
Beeld van Gods straf.
Aanschouwelijk onderwijs.
Weegschaal.
Beeld van de gerechtigheid.
Vervulling.
God had zegen en vloek aan Israël voorgesteld. Nu komt de vloek, omdat Israël God niet wil dienen.
Hoofdhaar.
Hoofdhaar schoor men af bij rouw.
Baard.
Afscheren van de baard was zeer onterend.
Rondom kaalscheren.
Dat was in de wet verboden. Toch moet Ezechiël dit nu doen. Hij moet op Gods bevel Gods wet overtreden.
Midden in de stad.
Ezechiël moet deze haren verbranden op zijn steen, waarop hij de stad getekend heeft.
In vers 12 staat de verklaring.
Met het zwaard erom heen slaan.
De haren fijn hakken.
Wanneer?
Als de dagen van de belegering ten einde lopen.
Dus na 390+40=430 dagen.
Een overblijfsel.
Dit overblijfsel bestaat uit de Joden die straks terugkeren ttv. Gedalia.
Van dit kleine overblijfsel zullen er ook omkomen.
Er nog meer van nemen.
Uit dat laatste ⅓ deel.
Dit deel wordt opnieuw beproefd. Dat gebeurt na de moord op Gedalia.
De landen erom heen.
Waarschijnlijk kan Ezechiël nu weer even praten.
Ezechiel 38:12 noemt Jeruzalem het midden van de aarde, de navel van de aarde.
De aarde werd als één werelddeel geschapen, Pangea noemen we het.
Je kon dus ook aan het "uiterste van de aarde" staan. Aan de overkant van de zee was geen ander werelddeel.
Het midden van het land.
Letterlijk:
Het Hebreeuwse woord kan vertaald worden door
Mogelijk wijst het woord "navelstreng" er ook op dat hier het leven begon. Daar woonden Adam en Eva.
Dit Jeruzalem was een vreugde voor heel de aarde.
Jeruzalem, een stad van volkomen schoonheid.
Kijk nu eens wat er van Jeruzalem is terecht gekomen. God klaagt erover.
Mijn bepalingen.
Civiel recht.
Verordeningen.
Strafrecht.
Hun leefwijze stond wel in schril contrast met
Israël overtreft de heidenen.
In bijgeloof en afgoderij overtreffen de Joden de heidenen. En in deugdzaamheid blijven ze ver achter.
Israël heeft evenveel afgodische altaren als straten in Jeruzalem.
In dit 7e vers zien we de vervulling van
Ik zál u.
God keert Zich tégen Zijn volk. Vreselijk!
Het rechtsgeding staat in Micha 6.
We zien hier de vervulling van
Ik zal.
God straft. Nebukadnezar is een middel in Gods hand.
De Talmoed citeert Rabbi Joshu ben Karch over deze straf.
" Een oude man uit Jeruzalem vertelde mij: in deze vallei doodde Nebuzaradan, de "hoofdslachter", 2.110.000 mensen en in Jeruzalem doodde hij er 940.000."
Dus totaal: 3.050.000 slachtoffers.
Dat is ½ van het aantal Joodse slachtoffers in WO II.
Niet meer doen zal.
God geeft Zijn woonplaats in de tempel op. Hij verlaat Sion, Zijn Heilige berg.
Hiermee eindigt de bijzondere status van Israël onder het Sinaïtische verbond.
Dit zal zich niet opnieuw herhalen. Dat de heerlijkheid van de HEERE terugkeerde in de tweede tempel lezen we nergens. Het oude verbond wordt vervangen door een nieuw verbond.
De heerlijkheid van de HEERE keert pas weer terug in de derde tempel.
Kannibalisme.
Dit was voorspeld in
Dit was ook gebeurd in Samaria.
Naar alle windstreken.
God had dit reeds voorzegd. Dit was een vloek die het volk over zich afriep.
Mijn heiligdom verontreinigd hebt.
Dit gebeurde vooral onder koning Manasse.
Daarom zal ik u kaalscheren...
Het woord "daarom" staat er niet. Veel beter is "dan" of "tevens".
Dit stukje wordt heel verschillend vertaald. De verwarring komt niet zozeer door de grondtekst, maar de angel zit in de exegese.
Ook verwarring wie "ik" is.
De persoonsaanduiding komt 2x voor. Dat moet vertaald worden met: Ik, Mijzelf.
De grondtekst heeft:
God spreekt hier.
Veel exegeten en vertalers willen er niet aan, dat God Zichzelf niet zal ontzien.
God trekt Zich terug.
De heerlijkheid van God verlaat de tempel.
Op deze manier ontziet God Zich niet.
Pas in de derde tempel zag de heerlijkheid van God weer terugkeren.
De vervulling.
Ezechiël had zijn afgeschoren haren in 3 hoopjes verdeeld.
Hier staat nu de betekenis.
Na-ijver.
Israël was Gods vrouw.
Ze houdt het echter met afgoden. De bijbel noemt dat hoererij.
Vandaar Gods na-ijver.
God heet zelfs de Na-ijverige.
Troost halen.
God is blij dat Hij Zijn volk gestraft heeft.
Wat heeft Israël toch vreselijk gezondigd!
Een puinhoop.
Gods vloek komt.
Profetie wordt vervuld.
God maakt Zijn woord waar, Zijn bedreigingen, maar ook Zijn beloften!