Mensenkind.
Ga staan.
In Ezechiel 1:28 was Ezechiël in aanbidding neergevallen.
Nu moet hij opstaan.
De Geest komt in Ezechiël.
Dat gebeurt opnieuw in
Opstandige volken.
Letterlijk:
Ezechiël profeteert ook tegen heidenvolken, maar hier kan ook Israël bedoeld zijn dat op dit moment "lo-ammi" (= niet meer Mijn volk) was.
Ze hadden het erger gemaakt dat de heidenen.
Israëlieten.
Letterlijk:
Het 10-stammenrijk was al in ballingschap en het 2-stammenrijk gedeeltelijk. Ezechiël en Daniël waren reeds weggevoerd.
Toch moet Ezechiël nog spreken over hun opstandigheid.
Tot deze dag.
Dat is de dag, beschreven in hoofdstuk 1, waarop de heerlijkheid des HEEREN verscheen.
Schaamteloos.
Letterlijk:
Heere HEERE.
Adonai Jaweh.
Letterlijk:
Wees niet bevreesd.
Ook Jeremia krijgt deze woorden.
Prikkels en doorns.
De Joden zullen het Ezechiël dus heel moeilijk maken. Zelfs na de wegvoering is er geen bekering.
Schorpioen.
De steek van een schorpioen is heel pijnlijk.
Zo zullen de Joden Ezechiël ook pijn doen.
Opstandig huis.
De Joden waren voor een deel weggevoerd. Toch bekeerden ze zich niet. Ze hebben niets geleerd.
In vers 2 worden de stammen zelfs "gojim" = heidenen genoemd.
Ze heten :
Een hand.
Waarschijnlijk de hand van een engel.
Het komt in de bijbel niet voor dat God direct iets aanrijkt. Zelfs de wetstafels kreeg Mozes via engelen.
Oordelen op de boekrol.
In Openbaring 5:1 ook een boekrol die aan beide kanten is beschreven.
In Openbaring 10:9 moet Johannes ook een boekrol opeten. Ook Ezechiël moet dat doen.
Aan beide zijden vol.
Deze rol is aan 2 kanten beschreven. God heeft veel te klagen over Zijn volk.