Hoofdstuk 7


Vers 2

Jeremia spreekt in de tempel.



Vers 3

Men komt wel naar de tempel, maar men dient God niet oprecht.

Jeremia gaat veel zonden opnoemen.

Hun leven is mooie schijn.



Vers 4

Bedrieglijke woorden

Valse profeten zeiden: Vrede, en geen gevaar.

Zijn tempel zal God nooit overgeven in handen van vijanden. Bij de tempel zijn we veilig. Kijk wat er met Silo is gebeurd.

Jeremia 7:12



Vers 5

Jeremia gaat de zonden opnoemen.

Bekering zal hun redding zijn. Dan zullen ze in het land mogen blijven wonen.



Vers 15

Broeders weg.

Het 10-stammenrijk is al weg.



Vers 16

Niet bidden

Jeremia 11:14

Jeremia 14:11



Vers 18

Jong en oud werken mee om de afgoden offers te brengen.


Koningin vd hemel



Vers 20

Deze plaats

=Jeruzalem



Vers 23

Gehoorzaamheid

Gehoorzaamheid is beter dan offers.

In Johannes 3:36 lees je dat gehoorzaamheid eigenlijk ook geloof is.



Vers 27

U=Jeremia



Vers 30

Afgoden in Gods tempel

Koningen Manasse en Amon deden dat.



Vers 31

Een Molochbeeld.

Daar werden kinderoffers gebracht.



Vers 33

Tijdens de belegering wierp men de doden over de muur in het dal van Hinnom. In dit onreine dal is hun laatste rustplaats.



<