De Chaldeeën zullen zelfs de doden niet met rust laten.
Die opgegravenen dienden de afgoden, zon, maan en sterren.
Vreselijke tijd.
Dit zijn voorbeelden uit het leven.
Ze gaan maar dóór in de zonde en hebben géén oog voor het gevaar dat komt.
Trekvogels
De trekvogels trekken volgens Gods wetten. Maar... dit volk negeert wat God vraagt.
Leugenpen
De schriftgeleerden leggen de Thora uit, maar passen de uitleg zoveel mogelijk aan aan eigen opvattingen.
Zij hechtten zoveel waarde aan hun eigen woorden, dat ze die gelijkstelden aan Gods woord.
De wijzen
=schriftgeleerden.
Genezen de breuk
Ze maken het volk wijs dat er geen gevaar is. Gods profeten zeggen het wel anders. Er is geen vrede.
Daar zwijgen
Tot zwijgen gebracht worden. Ze erkennen dat God rechtvaardig is, maar nu is het te laat. Zo ziet de profeet het in de toekomst gebeuren.
Zijn paarden
=Van Nebukadnezar.
Gifslangen zijn vijanden.
De profeet ziet het volk al in Babel. Het volk klaagt over God. Waarom is Hij niet bij ons.
Het volk hoopt vergeefs op verlossing door Egypte.
Balsem.
Hars van de mastikboom.
Er is niets dat het leed van Jeremia kan verzachten.
Hij is gebroken.
Het volk is niet beter geworden.