Hoofdstuk 51


Vers 1

Leb-kamai.

Daar zit het hart (de kern) van de tegenstanders van God.



Vers 5

God is de Man van Israël.

God straft wel, maar verlaat haar nooit.

Zoals we de natuurwetten van dag en nacht niet kunnen veranderen, zo zal God nooit Zijn liefde voor Zijn volk opgeven.



Vers 7

Dronken maken

Openbaring 17:15

Babel is vanaf Nimrod de bron van afgoderij.



Vers 8

Plotseling gevallen

Openbaring 14:8

Openbaring 18:2



Vers 11

De geest van de koningen.

  1. De menselijke geest.
  2. De engelvorst die zich manifesteert in de koningen.

Medië.

Dit is het tweede wereldrijk. Het volgt op het Babylonische rijk.


Wraak voor Zijn tempel.



Vers 13

Grote wateren.



Vers 14

Bij zichzelf.

Letterlijk: bij Zijn nefesj = ziel, persoon, leven.



Vers 20

U bent een strijdhamer.

De strijdhamer is Israël.

De profeet Zacharia ziet Juda als Gods boog en Efraïm als Gods pijl.

Ooit was Babel zelf een moker.

Koninkrijken gaan te gronde.

Rijken die geprobeerd hebben om Israël te vernietigen zijn te gronde gericht en zullen in de toekomst te gronde gaan.



Vers 21

Stuk slaan.

Alle rijken die Israël probeerden te vernietigen, gingen ten onder en zullen ten onder gaan.



Vers 25

Ik zal u.

U = Babel.


Berg in brand.

Babel werd hiervoor genoemd: een berg die te gronde richt.

Nu wordt deze berg zelf te gronde gericht.



Vers 26

Grote verwoesting van Babel.



Vers 28

Koningen van Medië.

Koning Cyrus / Kores maakte een eind aan het Babylonische rijk, maar de stad Babel bleef bestaan.

Deze profetie vindt haar vervulling in de eindtijd. Babylon wordt verwoest.



Vers 29

Aanschouwelijk onderwijs

Zie Jeremia 51: 53-54



Vers 31

Inname van Babel.

Soldaten van Kores kwamen via een drooggevallen bedding in de stad.

Van alle kanten renden boodschappers naar het paleis van Belsazar.



Vers 32

Doorwaadbare plaatsen.

Waarschijnlijk bruggen bezet.



Vers 34

Zeemonster.

Zeemonster of draak.

Het gaat over de engelvorst achter de koning van Babel.

In Jeremia 51:44 is het de oppergod Bel die alles verslindt. De koning wordt geïdentificeerd met Bel, met de engelvorst.

Ook in Openbaring 13 wordt de engelvorst van het Romeinse Rijk met een draak vergeleken die de antichrist kracht geeft.



Vers 44

Uit zijn muil halen

Israël wordt verlost.

God haalde Jona uit het zeemonster. Jona moest zijn roeping voortzetten. Israël nu ook.



Vers 45

Ga weg uit Babel

Ook wij moeten Babylon, het centrum van afgoderij ontvluchten. Gods toorn komt over Babylon.

1 Thessalonicenzen 1:10



Vers 59

Seraja

Dit was waarschijnlijk een broer van Baruch.

Hij was hofmaarschalk.

Seraja ging met Zedekia mee om Nebukadnezar hulde te brengen in het 4e jaar van de regering van Zedekia.



Vers 61

De ondergang van Babel wordt in Babel al verkondigd als Jeruzalem nog niet eens belegerd wordt. Dat duurde nog wel 7 jaar voordat Jeruzalem verwoest werd.



Vers 63



<