Hoofdstuk 52


Vers 1

Dit laatste hoofdstuk is een geschiedkundig aanhangsel.


Zedekia.

599-588 v C.



Vers 2

Zedekia en Jojakim waren half-broers, zonen van Josia.

Zedekia brak zijn eed aan Nebukadnezar. God noemt dit het verbreken van een eed aan God gedaan.



Vers 3

In opstand.

Ongeveer 590 v C



Vers 4

De datum.

Op deze datum sprak Ezechiel in Babel een profetie.

De tiende van de tiende maand werd later een vastendag.



Vers 9

Ribla.

Ten noorden van Damascus.



Vers 17

Pilaren.

Jachin en Boaz.



Vers 21

Dikte=wanddikte vd pilaren.


Een pilaar woog wel 48.000 kg



Vers 24

Seraja.

Ezra stamt van hem af.



Vers 25

Hoveling

=bevelhebber



Vers 28

Wegvoering 1.

Dit was de wegvoering waarbij koning Jojachin was.

Daniël en zijn vrienden hoorden ook bij de weggevoerden.

Ook Ezechiël hoorde bij deze ballingen, want in Babel profeteert hij nog over de val van Jeruzalem.



Vers 29

Wegvoering 2.

Koning Zedekia volgde koning Jojachin op en regeerde 11 jaren.

Deze tweede wegvoering was dus bij de val van Jeruzalem. Koning Zedekia was daarbij.



Vers 30

Totaal aantal weggevoerden.

4600 mannen.

In 2 Koningen 24:14-16 staat 10.000 gevangenen.



Vers 31

Jojachin was toen 55 jaar.



<