Hoofdstuk 50


Vers 2

Bel= oppergod.

Engelvorst.


Merodach.

=Mardoek, ook een engelvorst.

Mardoek = opstandig.

Zijn symbool is een draak.



Vers 3

Dat volk: Meden en Perzen



Vers 5

Terugkeer van Israël

Jeremia voorspelt hier de terugkeer



Vers 6

Herders

Van berg naar heuvel

Daar dienden ze afgoden.



Vers 7

Woonplaats van gerechtigheid.

Dat is Jeruzalem.

Jezus, de Messias, woont daar. Hij regeert op Davids troon.

Jezus heet: Onze Gerechtigheid.



Vers 8

Als bokken

Als belhamels voor de kudde uit.



Vers 11

Babel misdroeg zich tegenover Israël.



Vers 19

Obadia 1:19



Vers 20

Deze tekst wijst wel sterk naar het vrederijk. Heel Israël zal zalig worden. Het overblijfsel is gelovig.

Gaat het misschien ook over het Babylon vd eindtijd?

Hét is dan een medestrijder van de antichrist. Babylon strijd dan tegen God. Jeremia 50:24



Vers 21

Meratháim

=Babel

Pekot

=bezoeking

Babel zal met straf bezocht worden.



Vers 25

Zijn schatkamer

Gods "wapenarsenaal ", wapens van Gods toorn.



Vers 26

Slaan met de ban

Verbannen= er niets van overlaten.



Vers 27

De hele veestapel wordt gedood.



Vers 28

Wraak voor Zijn tempel.

Over welke tempel gaat het?



Vers 33

Israëlieten en Judeeërs.



Vers 34

Het land tot rust brengen

De aarde tot rust brengen.



Vers 38

Droogte.

In de eindtijd zal de Eufraat uitdrogen.



Vers 39

Onbewoond?

Dit is niet direct vervuld na verovering door Cyrus. Alexander de Grote stierf in Babel.

Ook Petrus was in een gemeente in Babylon.

Tot op heden wonen er mensen in Babel. Maar als het Babylon in de eindtijd vernietigd wordt, dan is het definitief afgelopen.



Vers 43

Koning Belsazar.



Vers 46

Dit zal ook zo zijn in de eindtijd.



<