Baruch.
Baruch was de secretaris van Jeremia.
Troost.
Baruch heeft geen moed meer. Steeds moest hij oordeelsprofetieën opschrijven en al dat leed zou komen.
Aan mijn leed nog meer verdriet....
Baruch is teleurgesteld in God. Baruch ondervindt veel tegenstand en vijandschap. Hij vindt dat heel moeilijk.
Wat Ik gebouwd heb..
God bouwde Israël, Jeruzalem.
De HEERE rukt dat uit.
Wat Ik geplant heb..
God plantte Israël als een wijnstok in Zijn wijngaard, in Zijn land.
Er komt dus een dag van oordeel.
Gods pijn.
Dat afbreken en dat uitrukken doet God meer pijn dan dat dit oordeel Baruch en Jeremia zal doen.
Geen grote dingen zoeken.
Baruch moet voor zichzelf geen grote aardse dingen meer zoeken. Het is een aflopende zaak met Jeruzalem en Juda.
Gods belofte.
God belooft Baruch geen rijkdom, maar wel leven. In alle toekomstige ellende zal God hem het leven sparen.
Zo zullen de gelovigen gered worden voordat de verzoeking over de hele aarde komt.