Hoofdstuk 46


Vers 2

4e Jaar van Jojakim=1e jaar van Nebukadnezar (605-562)


In Daniel 1:1 staat 3e jaar. In Babel telde men het jaar vd troonsbestijging niet mee. Bij Jeremia is dus de Joodse telling en bij Daniël de Babylonische telling.



Vers 7

Legers worden vergeleken met bruisende rivieren.



Vers 9

Puteeërs

Put is 3e zoon van Cham.

Volgens Josefus was Put de stichter van Lybië. In zijn tijd was er ook een rivier Put.

In Nahum 3:9 worden Put en Lybië apart genoemd.



Vers 10

Deze dag vd Heere gaat over de ondergang van Egypte door Babel. Jesaja 13:6

Jesaja 13:9



Vers 16

Vluchtelingen struikelen in de haast over elkaar.

Ze willen snel terug naar hun geboorteplaats.



Vers 17

Farao Necho

4 jaar eerder kwam Necho Assyrië te hulp tegen Babel en Medië. Toen versloeg hij ook Josia. Nú trekt hij naar Karchemisj om de macht van Nebukadnezar in te dammen.



Vers 18

Zo zeker als Tabor en Karmelgebergte er zijn, zo zeker zal Farao Necho verslagen worden en zal Nebukadnezar komen naar Egypte.



Vers 20

Horzel

Dat is Nebukadnezar.

SV heeft: slachter.



Vers 21

Als gemeste kalveren

=goed gespierd.

Dus sterke soldaten, maar ze vluchten.



Vers 22

Egypte wordt geveld als een bos.



Vers 23

De Chaldeeën zijn talrijker dan sprinkhanen.



Vers 25

Amon

=de god van Thebe .



Vers 27

Israël blijft

Ondanks de vreselijke oorlogen belooft God dat Israël zal blijven bestaan.

Israël komt terug in Gods land. We zien het nu gebeuren. Het gaat hier over de tijd dat de Messias zal regeren.



<