Hoofdstuk 37


Vers 1

Chonja=Jojachin



Vers 2

Luisterde NIET.

Toch waren de aangekondigde gerichten al 8 jaar aanwezig.

Men kon weten dat Jeremia echt een profeet van God was, want zijn woorden kwamen uit.



Vers 3

Bid toch.

Zedekia kreeg even hoop toen de Chaldeeën wegtrokken. Er naderde een Egyptisch leger. Nú moet God helpen en de Egyptenaren bijstaan.



Vers 5



Vers 7

HEERE, God van Israël.

Opmerkelijk.

Meestal heet God: de HEERE van de legermachten.



Vers 10

God kan zelfs door weinig personen de stad verwoesten.

God zelf is vijand van Israël geworden. Er is geen ontkomen meer aan.



Vers 12

Jeremia gaat weg.

Waarschijnlijk wil hij naar Anathoth.

Daar kocht hij een akker.



Vers 15

De vorsten.

De vorsten ttv Jojakim waren er niet meer. Die waren weggevoerd naar Babel. Deze vorsten van Zedekia zijn Jeremia niet zo goed gezind.



Vers 19

Valse profeten.

Jeremia maakt duidelijk dat de profeten van Zedekia valse profeten zijn. Hij woorden komen niet uit.



<