Hoofdstuk 35


Vers 1

1e jaar van Nebukadnezar is het 4e jaar van Jojakim.

Dus zomer 606 v C.



Vers 2

Rechabieten.

Ze waren voor de Chaldeeën naar Jeruzalem gevlucht.

Volgens 1 Kronieken 2:55 waren ze een tak van de Kenieten, nakomelingen van Hobab, zoon van Jethro, schoonvader van Mozes.

Ze waren met Israël naar Kanaän getrokken. In 2 Koningen 10:15 vinden we Jonadab, zoon van Rechab, als helper van Jehu. Reeds 300 jaar volgden Jonadabs' nakomelingen zijn bevelen:

  1. Geen wijn drinken.
  2. Geen huis, maar een tent.
  3. Geen akkers.
  4. Geen wijngaard.

Mogelijk waren deze Rechabieten veel handwerkslieden.

Ze zijn, toen de Chaldeeën naderden, Jeruzalem binnengevlucht. Dat kan niet met grote kudden.


Kenieten.

Jaël doodde Sisera.

De man van Jaël was Heber, een Keniet.

Rechabieten stammen af van de Kenieten.



Vers 4

Hanan.

Een onbekende profeet.

Zonen van Hanan zijn leerling-profeten.



Vers 14

De Rechabieten houden het bevel van een mens, een voorouder, al 300 jaren.

Israël houdt de woorden van de God van hemel en aarde NIET.



Vers 19

Rechabieten beloond.

God beloont hun gehoorzaamheid. Ze zijn een duidelijk voorbeeld voor Israël.


in Mijn dienst.

Letterlijk: voor Mijn aangezicht.



<