Hoofdstuk 31


Vers 1

In die tijd.

Dat is de tijd die in het vorige vers is genoemd: Jeremia 30:24. Het laatste van de dagen.


Alle geslachten.

Het betreft dus 12 stammen, ook de verloren stammen zullen er zijn.


Israël is weer Gods volk.

Jeremia plaatst dit in de eindtijd. Het komt weer goed tussen God en Israël.



Vers 2

Ontkomen aan het zwaard

De tijd van de antichrist, de grote verdrukking, is net voorbij.

Die antichrist vervolgt Israël.

Israël, (de ontkomenen aan het zwaard), vlucht naar de woestijn en wordt daar onderhouden 3½ jaar, 1260 dagen.



Vers 3

Eeuwige liefde.

Gods liefde voor Israël gaat nooit over.

Er zijn nog 2 andere onveranderlijke dingen:

Hebreeen 6:17-18.


Getrokken met goedertierenheid.

Anders:

Goedertierenheid.

=verbondstrouw.

Volgens Van Dale:

Dat is de wil van God om goed te doen en om genadig te zijn.

HSV vertaalt het in NT ook met vriendelijkheid.



Vers 4

Vrolijke mensen.



Vers 5

Weer wijngaarden.

Jesaja noemt dit ook en plaatst dit in de eindtijd.

Dit werd vervuld in maart 2010.

Wij zien het. Gods woord komt uit.

Vanaf 1517 tot 1917 was er géén wijngaard of wijncultuur in Israël. Er was Islamitisch bestuur van het Ottomaanse rijk. Bij de Islam is wijn verboden.



Vers 6

Weer één volk.

Efraïm roept op om naar Sion in Juda te gaan. Dus NIET meer naar eigen heiligdommen, Dan en Bethel, waar vroeger de gouden kalveren stonden.


Bergland van Efraïm.

Dat heet tegenwoordig de Westelijke Jordaanoever.



Vers 7

Hoofd van de heidenvolken.

Israël zal het hoofd van de heidenvolken worden, als een leeuw onder de schapen.



Vers 8

Ik laat hen komen uit...



Vers 9

Naar waterbeken.

In het vrederijk komt er een tempelbeek uit Jeruzalem.

Die bevat levenwekkend

water. Daar mogen ze heen. Daar is ook het "paradijs van God" waar de boom van het leven staat. Daar mogen ze van eten.

Efraïm, Mijn eerstgeborene.

Jozef was de eerstgeborene van Jakob.

Efraïm werd de eerstgeborene van Jozef.



Vers 10

Groot wonder van God.

Wij moeten dat verkondigen. God bracht na 2000 jaar Zijn volk terug. Hoewel het land al eeuwen door anderen bezet was, maakte God daar plaats voor Israël. De VN zochten een thuisland voor de Joden elders in de wereld. God had anders beloofd. God wist ze weer "tussen de mensenkinderen te zetten". Ze krijgen het beloofde land!



Vers 11

Vrijgekocht.

Jezus, hun Messias, heeft de prijs betaald voor de verzoening.


Sterker dan hij.

Het gaat over de eindtijd. Dan is die "sterke" de antichrist, die zijn macht van satan krijgt.

We kunnen ook denken aan landen waar veel Joden woonden: Rusland, Polen, Oekraïne, Frankrijk, Spanje.



Vers 12

Voortaan niet meer treurig.

Ook dit wijst duidelijk naar het vrederijk.



Vers 13

Verblijden na hun droefenis.

Eeuwenlang zijn de Joden vervolgd. Eeuwenlang hadden ze veel verdriet. Nu, in het vrederijk, zullen ze 10 eeuwen blijdschap hebben.



Vers 14

Priesters verzadigen.

Er zullen veel dankoffers zijn.


Met het goede van Mij..

Er zal grote vruchtbaarheid komen.



Vers 15

Vers 15 tegenover vers 16

De wegvoering van 10-stammen was al 100 jaar voor Jeremia. Rachel is de stammoeder van Efraïm. Ze weent over de wegvoering.

En uit de tien stammen zijn er ook niet veel teruggekeerd. Rachel is ontroostbaar, omdat het grootste deel van de tien stammen verdwenen is onder de volken.

Maar... in vers 16 gaat het over de eindtijd. Dit stuk wordt ook niet geciteerd in Mattheüs 2. Er is hoop in de toekomst. Ween niet langer, want alle Joden zullen terugkeren, ook de tien stammen. Ook nadat de Joden Jezus verwierpen, hun Trooster. Nu komen ze terug.

God deed een eed aan de aartsvaders.

Weigert.

Toen Jezus kwam, de ware Trooster, weigerde Israël om zich door Hem te laten troosten.

Rama.

In 1 Samuel 8:4-7 verwierp Israël God als koning. Dat gebeurde in Rama.

Rama werd in de tijd van Jeremia een soort Westerbork, een doorgangskamp. Daar worden daar de gevangenen van Juda verzameld.

Toen treurde Rachel over levende kinderen die werden weggevoerd.


Omdat ze er niet meer zijn.

En ze zijn voor het grootste deel in de volken verdwenen, maar toch... ze zullen terug komen naar Gods land.



Vers 18

Ongetemd kalf.

Ongedresseerd.

Het dier wil wel het voedsel van de baas, maar wil zijn krachten niet voor de baas inzetten. Dat wilden de tien stammen (Efraïm) ook niet.


Bekeer mij.

= Breng ons terug.

Heere breng ons terug in Uw land, dan zullen wij ons tot U bekeren.

Klaagliederen 5:21.

Handelingen 11:18.



Vers 20

Een lievelingskind.

Ook de tien stammen blijven delen in Gods liefde voor Zijn volk.

Efraïm is Gods eerstgeborene.

Gods liefde en genade is groter dan onze zonden. Wat een troost. Daar zijn we blij mee.



Vers 21

Merktekens.

Bakens.



Vers 22

Draaien.

Hoelang blijven jullie talmen?


De vrouw ...

De zwakste (Israël) zal de sterkste worden.

Er gaan dingen gebeuren die we voorheen voor onmogelijk hebben gehouden.



Vers 23

Woonplaats van gerechtigheid.

Dat is Jeruzalem.

Jezus, de Messias, woont daar. Hij regeert op Davids troon.

Jezus heet: Onze Gerechtigheid.



Vers 26

In SV staat deze tekst tussen haakjes. Dus die komt in veel handschriften niet voor.



Vers 29

Vaders aten onrijpe druiven.

Onrijpe druiven eten staat hier voor zondigen.

De straf treft niet altijd direct de eerste schuldige, maar vaak pas de eveneens schuldige volgende generatie.



Vers 30

Kinderen niet gestraft om de zonden van de ouders.



Vers 31

Het nieuwe verbond

Verbond gesloten met Israël, maar tbv de mensheid.

De wet komt in ons hart. We gaan van binnenuit leven voor God. Heidenen komen NIET binnen via de Thora, maar dóór geloof. Zo worden we "kinderen van Abraham".

In uw Zaad= in Jezus.


Bij de instelling vh avondmaal werd dit nieuwe verbond ingesteld.

Oude verbond is nabij de verdwijning, maar is nog niet verdwenen.



Vers 32

Israël Gods bruid.

Er wordt zelfs over twee vrouwen van God gesproken. Dat komt omdat het volk ná Salomo in tweeën verdeeld werd.

Oude en nieuwe verbond.

Oude verbond: Sinaï.

Nieuwe verbond: Sion.

Oude verbond: de wet in steen geschreven.

Nieuwe verbond: de wet in het hart.

Oude verbond: geen vrije toegang tot God.

Nieuwe verbond: vrije toegang tot de Vader.

Oude verbond: angst.

Nieuwe verbond: vrijmoedigheid.

Oude verbond: Betreft alleen Israël, Gods vrouw.

Nieuwe verbond: Betreft de gelovigen ná Jezus, Die dit nieuwe verbond oprichtte.

Oude verbond is 2-zijdig.

Nieuwe verbond is 1-zijdig. God doet alles.



Vers 33

De Thora in ons hart

De Thora is Christus voor en na. Het wezenlijke van Israël is ook de Messias.

God schrijft de wet in ons hart, dus Christus in ons hart.

Hoe lief heb ik uw Thora.

Een nieuw gebod geef ik u: liefde bewijzen aan God en naaste.

Dat is ook de essentie van de Thora van Mozes.


Onvoorwaardelijk verbond

Het oude verbond was 2-zijdig. Het volk brak het volgens Jeremia 31:32.

Het nieuwe verbond is 1-zijdig. God doet het.



Vers 34

3 beloften bij nieuwe verbond.

  1. Er komt een inwendige band met God. De wet in het hart. Gods wet is één met ons. Johannes 14:21.
  2. Allen hebben inwendige kennis van God. Het is omgangskennis. Erkennen, gehoorzamen, liefhebben, eren. De Heilige Geest woont in het hart. Romeinen 11:25.
  3. Allen hebben schuldvergeving op grond van Christus' offer. Jesaja 54:13.

Aan hun zonden niet meer denken.



Vers 35

Vaste orde van de maan.

Verwijst naar de schijngestalten van de maan. De vaste regelmaat kan vergeleken worden met Gods trouw.

Wetmatigheden sluiten toeval uit.

Zo zal ook Israël nooit verdwijnen.

Het nieuwe verbond is eeuwig.



Vers 37

God blijft Israël trouw.

Als het heelal gemeten kan worden, dan zal God Israël verwerpen.

Daar zal dus nooit sprake van zijn.

God deed immers een eed.



Vers 38

Hananeëltoren.



Vers 40

Dal met dode lichamen.

=dal Ben Hinnom, Tofeth.

Het onreine dal.

De muur sluit zelfs dit dal in.


Een heiligheid zijn.

Zo zal het in het vrederijk zijn.

Niets meer uitgerukt.



<