Hoofdstuk 3


Vers 1

En dan naar Mij terugkeren?

In de SV staat: keer nochtans weder.

God blijft trouw aan Zijn verbond, ondanks de zonden van Zijn volk.



Vers 2

Ontheiligd met uw hoererijen.

  1. Het gaat vooral om de afgoderij. Dat is overspel tegenover God.
  2. Het gaat ook over echte hoererij, de tempelprostitutie bij de afgodstempels.



Vers 3

Geen regen.

God geeft straf en houdt de regen in.



Vers 4

Tot Mij roepen.

God wil oprechte terugkeer.



Vers 6

Israël, zij ging...

Dat is het 10-stammenrijk.

In 722 v C. was hun wegvoering door Assyrië voltooid.

Koning Josia regeerde 80 jaar ná deze wegvoering. (640-609 v C)

De profeet Jeremia spreekt hier over het vroegere gedrag van het 10-stammenrijk Israël, dus vóór hun ballingschap. (zij ging!) Hij gebruikt hun zonden als waarschuwing voor het 2-stammenrijk Juda, dat dezelfde zonden aan het begaan is.



Vers 8

Echtscheidingsbrief.

Israël heeft geestelijk overspel gepleegd (afgoderij), en God heeft hen daarom “weggestuurd” (de ballingschap naar Assyrië). Het benadrukt de ernst van hun zonden.

Van God uit is dit geen definitieve scheiding!



Vers 9

Overspel met steen en hout.

Afgoderij met stenen en houten afgodsbeelden.



Vers 10

Bekeerd, maar in schijn.

Josia was een godvrezende koning, er was wel een reformatie, maar het volk bekeerde zich niet van harte.



Vers 11

Juda is nog erger dan Israël.

Hetzelfde zegt Ezechiël.

Oholiba (=Juda) gedraagt zich nog slechter dan haar zus Ohola (= 10-stammenrijk).



Vers 12

Predik tegen het noorden.



Vers 14

Ik zal U aannemen, al was er maar 1 uit een stad.



Vers 15

Herders

Bestuurders, net als David en Salomo. Hier gaat het ws over de eindtijd.



Vers 16

Geen ark meer

Dit teken van Gods tegenwoordigheid is niet meer nodig. God zal zelf in hun midden zijn met de sjechina. God zal hen tot een licht zijn.



Vers 17

Troon van de HEERE.

Vroeger was de ark de troon van God. In de toekomst zal Jeruzalem dat zijn.

Heidenen komen naar Jeruzalem



Vers 18

In die dagen

Vrederijk



Vers 19

Tot kinderen maken

In SV staat:

Die kinderen zijn misschien mensenkinderen.

Hoe zal Ik Mijn volk, na 2000 jaar, weer een plaats onder de mensenkinderen geven? Al 2000 jaar wonen in Kanaän andere volken. God wil Israël weer geven de sierlijke erfenis van de heidenen, Kanaän.


Roepen:mijn Vader

Als Israël zich gaat bekeren, zal dit gebeuren. Dan zijn ze weer Gods volk en Jezus is hun koning.

Romeinen 11:25-26



Vers 21

Berouw

Juist op de plaatsen vd zonden, hoort God nu gebeden. Israël keert terug met berouw.



Vers 22

Genadige God

God wil afkerigen graag ontvangen en genadig zijn.



Vers 24

Die schande

=afgoderij

Die afgoderij kostte Israël veel van hun inkomsten.

Hét kostte Israël zelfs hun kinderen, mensenoffers.



<