Jeremia weet dat God rechtvaardig is, maar hij heeft hetzelfde probleem als Asaf in Psalm 73.
Ook dragen ze vrucht.
Het gaat goed met Israël.
Ze spreken wel over God, maar hun hart is er niet bij.
Jeremia klaagt eigenlijk dat het hem slecht gaat, terwijl hij de HEERE dient.
Ruk ze uit
De goddeloze Israëlieten.
Er komt grote droogte.
Jeremia 14:1
Jeremia 7:20
De vijandschap zal groter worden.
God wil Jeremia duidelijk maken dat de vijandschap zal groeien.
Nu zijn het de mannen van Anathoth,(hardlopers) straks de burgers van Jeruzalem.(paarden).
Glorie van de Jordaan.
Daar wonen leeuwen.
Ook huichelachtige bloedverwanten zullen vijanden zijn.
Ik=De HEERE
Als een leeuw
Israël keert zich tégen God.
Vogel
Ajit=arend. 2x
Veel herders
Dat zijn de Chaldeeën.
Men heeft hem gesteld
De Chaldeeën hebben Mijn akker, d.i. Kanaän verwoest.
Overal gaat de vijand tekeer.
Er groeit alleen nog onkruid.
Ook de boze buurvolken van Israël zullen hun straf niet ontlopen.
Juda wordt uitgerukt
Er blijft toch hoop. Israël zal terugkeren. God zal zich ontfermen.
Ik zal hen wederbrengen
Hen