Woorden vh verbond
Hét gaat over Gods wetten, over de Thora.
Koning Josia had ze 15 jaar geleden voorgelezen. Nu regeert ws Jojakim.
Het gaat om het verbond bij Sinaï.
Landbelofte
God deed die aan
Genesis 12:7
Genesis 17:8
Genesis 26:3-4
Genesis 28:13-14
Genesis 35:12
Samenzwering
Volgens vers 17 wil men Jeremia doden.
Hebreeen 8:9
Spreuken 1:28
Jesaja 1:15
Dan
Dus nadat God niet meer luistert naar hun geroep.
Bid niet
Ws is dit geen bevel, maar bedoelt de Heere: Doe maar geen moeite meer.
De Heere had al eerder gezegd dat Jeremia niet meer moest bidden en zei het later nog eens.
Jeremia 7:16
Jeremia 14:11
In Jeremia 14:21 gaat Jeremia toch weer bidden voor het volk, dat was helaas wel tevergeefs, maar als God een bevel had gegeven " bid niet meer", dan had Jeremia Gods geboden overtreden.
Mijn beminde
Dat is Israël.
Ze geniet van zonde en afgoderij.
Olijfboom.
Een olijfboom is alléén uit te roeien als hij gerooid wordt. Zo is Israël niet uit te roeien.
God noemde Israël een prachtige olijfboom. God heeft Israël zelf in Kanaän geplant. Maar... nu gaat de brand erin. Er is niets goeds meer aan. Enkel afgoderij.
God lichtte Jeremia in over de samenzwering door mannen uit Anathoth.
Ik was een lam.
= Jeremia
Boom met vrucht
Dus: profeet en zijn prediking.
Het zijn de mannen van Anatoth die een aanslag beramen op Jeremia.
Men haat Jeremia, omdat men God haat.
Ze zondigen tegen Gods profeet.
Jeremia laat het recht aan God over. Hij is rechtvaardig.
Jeremia moet spreken tot de mannen van Anathoth. Ze horen wat God zal doen.