Hoofdstuk 11


Vers 2

Woorden vh verbond

Hét gaat over Gods wetten, over de Thora.

Koning Josia had ze 15 jaar geleden voorgelezen. Nu regeert ws Jojakim.



Vers 4

Het gaat om het verbond bij Sinaï.



Vers 5

Landbelofte

God deed die aan

Genesis 12:7

Genesis 17:8

Genesis 26:3-4

Genesis 28:13-14

Genesis 35:12



Vers 9

Samenzwering

Volgens vers 17 wil men Jeremia doden.



Vers 11

Hebreeen 8:9

Spreuken 1:28

Jesaja 1:15



Vers 12

Dan

Dus nadat God niet meer luistert naar hun geroep.



Vers 14

Bid niet

Ws is dit geen bevel, maar bedoelt de Heere: Doe maar geen moeite meer.

De Heere had al eerder gezegd dat Jeremia niet meer moest bidden en zei het later nog eens.

Jeremia 7:16

Jeremia 14:11

In Jeremia 14:21 gaat Jeremia toch weer bidden voor het volk, dat was helaas wel tevergeefs, maar als God een bevel had gegeven " bid niet meer", dan had Jeremia Gods geboden overtreden.



Vers 15

Mijn beminde

Dat is Israël.

Ze geniet van zonde en afgoderij.



Vers 16

Olijfboom.

Een olijfboom is alléén uit te roeien als hij gerooid wordt. Zo is Israël niet uit te roeien.

God noemde Israël een prachtige olijfboom. God heeft Israël zelf in Kanaän geplant. Maar... nu gaat de brand erin. Er is niets goeds meer aan. Enkel afgoderij.



Vers 18

God lichtte Jeremia in over de samenzwering door mannen uit Anathoth.



Vers 19

Ik was een lam.

= Jeremia


Boom met vrucht

Dus: profeet en zijn prediking.

Het zijn de mannen van Anatoth die een aanslag beramen op Jeremia.



Vers 20

Men haat Jeremia, omdat men God haat.

Ze zondigen tegen Gods profeet.

Jeremia laat het recht aan God over. Hij is rechtvaardig.



Vers 21

Jeremia moet spreken tot de mannen van Anathoth. Ze horen wat God zal doen.



<