In duisternis wandelen.
Dat is zonder God leven, in zonden leven. Wie Jezus volgt, komt niet in de duisternis.
Groot licht.
= Christus.
Voor Jesaja is dit toekomstprofetie.
In Mattheus 4:15-16 lezen we over de vervulling. Met deze tekst begint de bediening van Jezus. Dit Licht verlicht ieder mens.
In Lukas 1:77-79 spreekt Zacharias over duisternis en vrede.
Bij Jezus' 1e komst had eigenlijk het vrederijk van Christus moeten komen. Door ongeloof van Israël is dat rijk verschoven tot na de grote verdrukking.
Schaduw van de dood.
Aan het eind van de grote verdrukking zullen ze een groot licht opnieuw zien. Christus verschijnt (wederkomst) als Zon van de gerechtigheid.
Het land van de schaduw is dan het land Israël. De antichrist heeft dan zijn zetel in Jeruzalem.
Het volk.
Het volk Israël werd door ongeloof "Lo-Ammi" = Mijn volk niet meer.
Ook Jesaja maakt duidelijk dat God dit volk verliet. Maar..
Hij blijft trouw aan Zijn verbond. De Messias komt. Hij zal Koning zijn over het huis van Jakob.
Toekomst.
Dit gaat over toekomst. Het lijkt vervuld. Dit heet Perfectum Propheticum. Jesaja spreekt over de toekomst alsof het gebeurd is.
Dat het over de toekomst gaat, is goed zichtbaar in
Bovendien is de onderdrukking niet gestopt toen Jesaja profeteerde.
Juk van zijn last.
Midian herinnert aan de verlossing door Gideon. God streed toen voor Israël. Dat zal weer gebeuren. De vijanden slachtten elkaar af. Dat herhaalt zich als het vrederijk gaat aanbreken.
Afrekening met de vijanden.
Er zijn in de eindtijd 3 belangrijke vijanden.
De vijand (Gog) zal ten onder gaan.
Ook de antichrist en de valse profeet worden door Jezus in de hel geworpen.
Is ons geboren.
Geboren: in Bethlehem. (weer Perfectum Propheticum, Jesaja spreekt alsof het al vervuld is)
Heerschappij.
Jezus zal regeren in Jeruzalem, waar Davids troon stond.
Door ongeloof van Israël zijn de geboorte van Jezus en Zijn heerschappij uit elkaar geschoven. Daartussen kwam de tijd van de gemeente. Jesaja ziet geboorte en heerschappij nog bij elkaar en het ontstaan van de gemeente was hem onbekend, want de gemeente was nog een verborgenheid.
Ook Micha voegt geboorte van Jezus en Zijn heerschappij samen. Hij schrijft over de geboorteplaats en over Heerser zijn.
Ook Zacharias zag de geboorte van Jezus en de verlossing van de vijanden nog sámen.
Ook Johannes de Doper verwachtte dat Jezus met "de wan" zou komen.
Wonderlijk..
VdW vertaalt met "wonderdoener" omdat de andere namen ook iets over Jezus zeggen. Hij zal veel wonderen doen.
Raadgever: Jezus is de enige die de raad van God kent en begrijpt. Bovendien zit Jezus in de raad van God.
Sterke godheid.
Êl betekent God of godheid. Ook engelen en satan worden êl of ĕlôhîym genoemd.
Vader voor altijd:
In het vrederijk zal Jezus "Vader" genoemd worden. In de tijd van Jesaja was dat niet ongewoon voor een koning of machthebber.
De heilzame regering zal voor de hele periode gelden.
"Ad" = voortdurend . Het betekent beslist géén eeuwigheid .
Heerschappij rust op Zijn schouder.
Heerschappij en vrede.
Hebreeen 2:8 schrijft dat deze heerschappij nog toekomst is.
Aan zijn vrede zal immers geen einde komen.
Een einde aan de vrede is in 70 na Chr beslist wél gekomen. Het gaat hier dus niet over de tijd dat Jezus op aarde was.
Troon van David:
Ná Zedekia zat er nooit meer iemand op de troon van David. Op dit moment zit Jezus in de troon van Zijn Vader in de hemel.
De troon van David is nog toekomst voor Jezus.
Efraïm.
Efraïm is de belangrijkste stam van het 10-stammenrijk. Daarom heet dit rijk hier Efraïm.
In hoogmoed zeggen...
Het 10-stammenrijk denkt dat ze de slagen wel weer te boven zullen komen.
Maar Jesaja zegt dat dit ijdele hoop is.
Tegenstanders van Rezin.
Assyrië is tegenstander van Rezin, de koning van Syrië. Assyrië maakt een einde aan de macht van Rezin.
Ook andere vijanden werken daaraan mee.
Dit gebeurt in opdracht van God.
Syriërs en Filistijnen.
De Syriërs en de Filistijnen zullen Israël, het 10-stammenrijk, verslinden. En...dit is de laatste ramp nog niet. Gods hand is nog steeds uitgestrekt.
Het 2-stammenrijk blijft van hun geweld nog even gevrijwaard.
De oorzaak van de rampen.
Het 10-stammenrijk bekeert zich niet tot God. De Joden zoeken God niet.
Dat doet het 2-stammenrijk ook niet.
Wees en weduwe verliezen zelfs bescherming.
God die zich altijd over wees en weduwe ontfermt, doet dat niet meer.
De goddeloosheid brandt.
De goddeloosheid is de oorzaak van alle ellende, van grote verwoestingen en van de ondergang van het volk.
De een spaart de ander niet.
De mensen worden liefhebbers van zichzelf.
De een spaart de ander niet, dus het recht van de sterkste heerst.
VdW:
In de Syro-Efraïmitische oorlog belaagden Rezin van Syrië en Pekah van het 10-stammenrijk Achaz en Juda. Manasse en Efraïm waren dus tegen Juda.