Hoofdstuk 8


Vers 1

Maher Sjalal Chasj Baz. betekent:



Vers 2

Getuigen.

Twee getuigen zijn nodig als er een belangrijke beslissing over het lot van iemand moet worden genomen.

Uria :


Zacharia, zoon van Berechja.

Deze Zacharia leefde in de tijd van Jesaja.

De profeet Zacharia van het bijbelboek is een andere profeet. Die leefde veel later.

Maar ... hij kan wel een verre nazaat van Berechja zijn.


Ook in Mattheus 23:35 gaat het over ene Zacharia, zoon van Berechja, die in de tempel werd gedood. Deze profeet trad op ttv Joas van Juda. Hij heet daar "zoon van Jojada " maar Berechja was waarschijnlijk een voorvader.



Vers 3

De profetes.

Dat is de vrouw van Jesaja.

De naam van het kind wijst naar de Assyrische aanval op Samaria.



Vers 4

Tiglatpileser III bezet Efraïm en Syrië. 2 Koningen 15:29

Kind is dan 1 à 2jaar.



Vers 6

De zacht stromende wateren.

Vóór "wateren" staat "eth".

VdW:

De oorsprong van deze wateren ligt onder de tempel. Het is zegen van God.

Siloah = gezondene Daarin herken je de belofte van de komende Messias, de Gezondene.

Silo is waarschijnlijk geëvolueerd naar Siloah.

God is ook boos over het leedvermaak van Juda over de ondergang van Efraïm.



Vers 7

Een overstromende Eufraat.

Assyrië wordt vergeleken met de Eufraat die ver buiten de oevers treedt.

Het water komt zelfs in Juda.

De inval van Assyrië is als een watersnood.



Vers 8

Immanuël.

Immanuël is hier géén persoonsnaam, maar moet vertaald worden. Het is goddelijke ironie. Is "god met ons", die Syrische afgod, werkelijk een sterke god die met ons is als Assyrië zo ons land overspoeld?

Voor die Syrische afgod had Achaz in de tempel een altaar laten maken.

Toen dacht hij dat die "machtige" Syrische god hem zou helpen. Dus: god is nu met ons.



Vers 9

Volken.

=ammîm : Efraïm en Syrië waren verbonden volken, bondgenoten. Ze handelden boosaardig tegen Juda met hun veldtocht. Jesaja zegt ironisch: ga maar door en dan zullen jullie verpletterd worden door Assyrië.

In vs 9b staat nog 2x dezelfde profetie. Waarschijnlijk ziet dat op Efraïm. Eerst de aanval van Tiglatpileser III in de tijd van Pekah en later Salmanassar V en val van Samaria.



Vers 10

Beraam een plan.

Juda beraamt een verdedigingsplan tegen Assyrië. Juda meent dat de Syrische "god met hen is".

Het plan zal mislukken.


Want god is met ons.

Opnieuw goddelijke ironie. De Syrische god(heid) is immers met jullie.Dát zal blijken als Assyrië komt. Die afgod zal geen bescherming bieden.



Vers 11

De HEERE heeft tegen mij gezegd.

God waarschuwt Jesaja om zich te distantiëren van het goddeloze volk.

Het volk vreest voor Efraïm en Syrië, maar ze moeten God vrezen. Ze steunen op een Syrische afgod. Voor deze afgod maakte Achaz zelfs een altaar in Gods tempel.

Het volk zegt dan: déze "god is met ons", Immanuël.



Vers 12

Een samenzwering.

De alliantie van Israël en Syrië tégen Juda werd een samenzwering genoemd. Koning Achaz was daar erg bang voor.



Vers 14

Twee mogelijkheden.

  1. Voor Jesaja is God tot een heiligdom.
  2. Voor het goddeloze Juda en het goddeloze 10-stammenrijk is Hij een steen des aanstoots.



Vers 15

Velen onder hen..

Het beschrijft de ondergang van Efraïm en Juda. Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen.



Vers 16

Verzegel de wet.

Als Juda zal ondergaan, verdwijnt ook de dienst van God in de tempel. Jesaja moet de getuigenis van God zorgvuldig te boek stellen en veilig stellen voor toekomstige generaties.



Vers 17

Ik zal de HEERE verwachten.

Geloofsbelijdenis van Jesaja.


Die Zijn aangezicht verbergt.

Er vinden gruwelijke dingen plaats in de tempel en dat wordt steeds erger. Onder koning Manasse is de afgoderij vreselijk.

God verbergt zich, ja Hij zal zelfs de tempel verlaten. Ezechiël ziet dat later ook gebeuren.



Vers 18

Zie ik en de kinderen...

De namen van de kinderen van Jesaja zijn tot een teken, o.a. voor Achaz. God zelf stelde hen tot teken.



Vers 19

Diep verval.

Hier zien we diep verval. Occultisme.



Vers 20

Terug naar God!!!

Er is nog maar 1 weg tot behoud. Terug naar God.


Geen dageraad.

Als er géén bekering komt, dan blijft het volk in duisternis.

Wat dat inhoudt, staat in de verzen 21 en 22.



Vers 21

Geen lichtpuntje meer.

Er staat elohim=goden.

In alle ellende zullen ze hun afgoden vervloeken. Waar ze ook kijken, er is geen hoop meer, geen redding.



Vers 23

Er komt licht.

Jesaja eindigt met hoopvolle beloften voor de toekomst.

In tijd van Tiglatpileser III werd dit gebied geannexeerd door Assyrië.

Later treedt Jezus vooral daar op.


De weg van de zee.

De belangrijkste wegen liepen door Galilea.

Langs deze Via Maris ging men vanuit Afrika naar Europa.

De Via Maris verbond 3 continenten.

Deze route werd gemarkeerd door "mijlpalen". Een mijl is 1000 stappen ( bij 1 stap verplaats je wel 2 voeten)



<