Pekah verslaat Achaz.
Eerst is Achaz al verslagen door Syrië. Rezin voerde veel mensen weg.
Ook Pekah, koning van het 10-stammenrijk, zorgt voor een geweldige nederlaag voor Juda. 120.000 doden.
Een prins Maäseja en hoog geplaatste vorsten sneuvelen.
Dankzij de profeet Oded, die in Samaria woonde, keren de 200.000 gevangenen van het 2-stammenrijk toch terug.
Syrië is neergestreken
Efraïm werd vazal van Syrië.
Het 10-stammenrijk heet in dit hoofdstuk voor het eerst Efraïm. De erenaam Israël zijn ze na de verbondsbreuk niet meer waard.
Beven.
Achaz weet zich geen raad. Pekah en Rezin hadden hem beide al grote nederlagen toegebracht.
Sjear-Jasjub.
De aanwezigheid van de zoon van Jesaja is nog een teken van hoop voor de verre toekomst. Zijn naam betekent:
Bovenvijver.
Zoon van Remalia.
Dat is Pekah.
Tabeal.
Tabeal kan ook betekenen:
Er staat ook "eth" = nabij of toegewijd.
VdW:
Dit was al gebeurd.
Door ongeloof van Achaz treft hem een zware slag. Elath valt in Syrische handen. In een veldslag met Pekah sneuvelden120.000 soldaten en 200.000 worden weggevoerd. De profeet Oded in Samaria zorgt dat ze weer vrij komen.
Door een list van Achaz en met hulp van Assyrië valt Jeruzalem niet.
Efraïm verpletterd.
Het 10-stammenrijk zal worden weggevoerd door Assyrië.
Vraag een teken, diep of hoog.
VdW:
Weinig mensen hebben zo'n aanbod van God ontvangen. Deze goddeloze Achaz wel. Daarom Achaz.....laat dit aanbod diep tot je doordringen.
Achaz wijst Gods zeldzame aanbod áf en krenkt God zéér diep. Het is daarom ook níet logisch dat God hem nu toch nog tegemoet komt met zo'n geweldig teken.
Toen zei hij..
Hij = Jesaja.
Jesaja is verontwaardigd dat koning Achaz Gods aanbod afwijst.
Een teken.
VdW: daarom zal de Soeverein- juist Hij- u een teken geven.
Maagd.
= almah = meid, jonkvrouw, jonge vrouw.
Fysieke maagd = "bethulah".
Elke "bethulah" is wel "almah", maar niet elke "almah" is "bethulah".
Het woord "bethulah" gebruikt Jesaja niet.
Almah duidt ook op een beeldschone jonge vrouw.
De septuaginta heeft maagd = parthenos.
Dit wordt door Mattheüs geciteerd.
Wie biedt het teken aan?
De profetie gaat nu van het individu Achaz over op de dynastie van David.
Immanuël.
In Mattheus1:23 staat niet :
Er staat letterlijk:
Het is dus wat ánderen over Jezus zeggen. Maria noemt Hem Jezus en niet Immanuël.
Mattheüs wijkt af van de Septuaginta. Daar staat enkelvoud, Mattheüs schrijft meervoud.
El = God, god, afgod.
El is dus een soortnaam.
De context wijst niet speciaal naar JHWH. Dan had er iets anders kunnen staan.
In Mattheus 1:23 wordt het nauwkeurig weergegeven wie daar met "el" bedoeld wordt. Er staat: dé God. Dat is bij Mattheüs dus Jahweh.
Hoe Achaz de profetie vervult.
Achaz wil de machtige afgod van Syrië dienen. Daar verwacht Achaz veel van.
Hij maakt het Syrische altaar na.
Achaz offerde zelfs zijn zoon.
Dan is "god (van Syrië) met ons".
Die god van Syrië zal nu ook ons, het 2-stammenrijk, helpen.
Het is een soort geloofsbelijdenis van Achaz en zijn bijvrouw als ze hun kind noemen: "god is met ons".
Ze geloven dat de Syrische god nu aan hun kant staat.
Maar dit staat lijnrecht tegenover de naam Jesaja = JHWH redt.
Bij Mattheüs verschuift met beeld van het opgroeiende kind Immanuël naar een maagd, Maria, die een Kind krijgt.
Marx een satanist.
De jongen. Wie is dat?
Een jongen kan nog wel iemand tot 18 jr zijn.
Sjear Jasub, het zoontje van Jesaja, kwam mee met een doel. Waarschijnlijk wordt dat doel hier duidelijk. Hij is waarschijnlijk het jongetje waarover het hier gaat. De tekst spreekt niet over de zoon of Immanuël.
Er zullen dagen komen.
Dit ziet waarschijnlijk niet op de scheiding van de stammen ttv Jerobeam, maar op het wegtrekken van Pekah en Rezin.
Dat komt door de goedgunstigheid (er staat hier "eth") van de koning van Assyrië.
Assyrië zal Pekah en Rezin verslaan.
God fluit de heidenen.
God roept de Edomieten , Filistijnen, Egyptenaren, Assyriërs. Ze zien hun kans schoon. Ze pakken grote delen van Juda en vestigen zich daar.
Vernederd door Assyrië.
Teken van diepe vernedering.
Assyrië is als een scheermes.
Grote armoede.
Boter eten.
Boter is waarschijnlijk gestremde melk, wrongel. Dat was langer te bewaren. Het was zeker géén weelde.
Met een waarde van 1000 zilverstukken.
De wijngaarden en akkers vervallen tot wildernis. Ze hadden zo'n grote waarde gehad.