Onvervulde profetie.
De verklaarders zijn het erover eens dat Jesaja 65 onvervulde profetie van de eindtijd betreft. Vanaf vers 17 wordt dat heel duidelijk. We lezen daar dezelfde dingen als in
Maar...om dogmatische redenen ontkennen verklaarders toch dat het hier over het vrederijk gaat.
Calvijn:
Zoeken.
In de grondtekst worden 2 verschillende woorden gebruikt.
Ik ben gezocht door hen...
Hier staat Dârash.
Dus:
VdW:
NIV, NBV, HSV kloppen niet. Hoe kun je iemand zoeken, zonder naar hem te vragen?
Dit wijst naar de tijd dat God in de tempel woonde. Vanwege de afgoderij en vormendienst raadpleegde men God niet meer.
God vertrok uit de tempel van Salomo kort vóór de verwoesting.
Ik ben gevonden door hen die naar Mij niet zochten.
Hier staat: Bâqash. Zie hierboven.
VdW:
Tegen het volk.
In het Hebreeuws staat
Gôy = heidenvolk.
Het gaat hier dus NIET over Israël.
Hier is dus een scherpe tegenstelling met 1a. Daar werd Israël bedoeld.
dat Mijn Naam niet aanriep.
Of: dat niet naar Mijn Naam genoemd was.
êl =
VdW vertaalt:
Nee toch! Afgoden zijn immers stom.
Paulus citeert de Septuaginta. Hij citeert ook niet letterlijk.
Uitgespreid naar een opstandig volk.
Het Hebreeuwse woord voor "volk" = Ammi.
Het gaat hier over Israël.
Volk.
Letterlijk: hét volk .
dus: juist dát volk.
In grafspelonken.
Het gaat over ernstige afgoderij. Als dit hoofdstuk toekomstige profetie is, dan gaat het niet over de periode ná de ballingschap.
Het gaat dan over de occulte afgoderij tijdens de grote verdrukking. Men aanbidt dan het beeld van de antichrist.
Varkensvlees.
Verboden voedsel.
Kooknat van onrein vlees.
"Vlees" staat niet in de grondtekst. Het is wel iets walgelijks.
"nader niet tot mij"
'êl =
VdW:
Zij zeggen.
Waarschijnlijk nodigen occultisten anderen uit.
Dat is sterk in de grote verdrukking.
666 wordt beschouwd als teken van heiligheid.
Satanisme is ergste vorm van afgoderij.
Zo zal Ik doen.
Te midden van de oordelen in de grote verdrukking zal God alle gelovige Joden beschermen.
God zal hen hét land geven. (Mijn bergen vs 9)
Mijn uitverkorenen.
In het OT was de christelijke gemeente nog een verborgenheid. Het gaat in deze tekst over Joden. Zij zijn de bedoelde uitverkorenen.
Saron.
De Saronvlakte ligt tussen Samaria en Karmel.
Dal van Achor.
Achor =
Dal van Achor ligt bij Jericho.
Daar werd Achan gestenigd. Dit is een dieptepunt. Als dat dieptepunt geweest is, ontsluit God een deur van hoop.
De grote verdrukking is het dieptepunt voor Israël. Daarna komt de hoop, het vrederijk.
Berg van Mijn heiligheid.
Vóór het woord "berg" staat het woordje "eth".
Meestal wordt dat woordje niet vertaald. Als het wel vertaald wordt staat er: de nabijheid van de berg.
Gâd.
Vóór "Gâd" staat de letter lâmed. Als we die vertalen staat er:
Septuaginta leest: demonen.
VdW:
Zelfsnijders zijn priesters die zich snijden.
Meni.
In het Hebreeuws klinkt "meni" als tellen. Dat staat ook in vers 12.
Mene = geteld, getal.
VdW:
Bekers vult met gemengde drank.
VdW:
Getal = 666???
Ze vermengen zich waarschijnlijk met dienaren van de antichrist.
Ik zal u tellen.
Vóór het woordje "u" staat het woordje "eth". Dat wordt nooit vertaald. Als we het wél vertalen staat er:
VdW :
Slecht was in Mijn ogen.
Vóór "slecht / kwaad" staat de letter "hê".
Dwz. ze volgen satan en de antichrist.
VdW:
Mijn dienaren.
Er staat 3x:
Blijde verrassing klinkt daarin door.
De dienaren zijn de gelovige Joden.
U zult honger lijden.
Dit zijn de goddelozen uit vers 12.
Achterlaten als een vloekwoord.
U=ongelovigen die antichrist volgden.
Uw naam zal bij de gelovigen in herinnering blijven als een vervloeking. Zoiets mag nooit meer gebeuren.
Noemen met een andere naam.
Gelovigen ontvangen een andere naam op een witte steen.
Iedere gelovige een eigen naam, teken van goddelijke vrijspraak.
God van de waarheid.
Ĕlôhîym = godheid.
VdW :
Wie zegent of zweert, moet dat doen in Jezus' naam.
Zij verborgen zullen zijn voor Mijn ogen.
VdW:
Wij = God+Messias.
Al de gruwelijke overblijfsels van de ellende bevinden zich in het land Israël, vóór Gods ogen. Dat wordt zo snel mogelijk weggedaan.
Nieuwe hemel, nieuwe aarde.
Na de grote verdrukking is er weinig meer over van de oude aarde. Veel is verwoest. Dat lezen we ook in
In de zeeën leeft niets meer.
God gaat vernieuwen. De verwoeste schepping wordt vernieuwd. De dieren gaan in vrede leven.
Hemelen.
Het "nieuwe" ziet vooral op de "vrede", onder de mensen en zelfs onder de dieren.
Voorheen waren er de koninkrijken van de mensen. Daaraan denkt men nu niet meer. Nú is het koninkrijk Gods. Vanuit Sion gaat Gods wet over heel de aarde.
Aan de vorige dingen zal niet meer gedacht worden.
De vorige dingen
Verheug u tot in eeuwigheid.
Tot in eeuwigheid
= in komende tijden.
God gaat weer "scheppen ".
Ik schep Jeruzalem een vreugde.
Jeruzalem zélf wordt een vreugde voor de aarde.
God verheugt Zich over Jeruzalem.
Er staat NIET "over Jeruzalem ", maar "IN Jeruzalem "
God gaat weer vol vreugde IN de tempel wonen.
Een blij volk, een blijde God.
In vers 18 lezen we dat God Zijn volk verblijdt.
In vers 19 verblijdt God Zich over Zijn blijde volk en over het blijde Jeruzalem.
Een zuigeling.
Er zullen in Israël veel kinderen geboren worden.
De kindersterfte zal er niet zijn.
Sterven als 100-jarige.
Iemand van 100 jaar is in het Messiaanse rijk een jongeling. Hij sterft omdat hij ernstig zondigt.
Als de dagen van een boom.
Letterlijk "dé boom" (NIET een boom).
Dus waarschijnlijk een bepaalde boom. Olijfboom???
Die kan wel 1000 jaar worden. Of is het "de boom des levens"?
Israël zal in het beloofde land blijven.
Ze zullen niet meer uit Gods land weggaan.
Geen kinderen baren voor iets verschrikkelijks.
In het vrederijk is er geen verschrikking meer voor Israël. Oorlog bestaat niet meer.
Er is vrede tussen mensen en dieren.
Vrede tussen dieren.
Dezelfde beschrijving van het vrederijk staat in
Geen verderf op Mijn heilige berg.
Hier staat een plaatsbepaling, maar die ontbreekt in