Hoofdstuk 49


Vers 1

Luister naar Mij.

Mij = Christus.


Mijn Naam genoemd.

God de Vader zond Jezus in deze wereld. Hij riep Hem als Zijn Knecht vanaf het eerste begin.



Vers 2

Een scherp zwaard.

Het woord van God is een zwaard.

Jezus is gewapend met dit zwaard.

Met dit zwaard zal Hij de antichrist, dé goddeloze, doden.

Mij gemaakt tot een pijl.

Jezus is de Pijl, waarmee God de satan overwint.

Jezus zelf schiet nooit met pijlen.

Gods woord wordt ook nooit afgebeeld als een pijl.



Vers 3

2 Opties.

Israël =

  1. De knecht is Israël.
  2. De Knecht is Jezus.

Mijn Knecht.

Bij de Joden is het volk Israël de knecht.

Dat past bij de volgende vertaling van G.A. van de Weerd.


VdW :

Jezus als Israël.

Israël betekent

Het is hier, in HSV, de naam voor De Knecht, voor Jezus. Hij is de Strijder van God.



Vers 4

Ik, Ik zei: Voor niets ...

Het woord "zei" kan ook vertaald worden met "sprak".

Mattheus 23:37-39.


Dit woord van Jezus eindigt met een belofte die vervuld wordt als Israël zich bekeert. Dat is bij de wederkomst.


Mijn arbeidsloon.

Strongs en de Engelse bijbel KJV lezen: werk of werken.

Precies zoals in

De vertaling wordt dan:

VdW.



Vers 5

Israël zal zich niet laten verzamelen.

De Septuaginta en NBV lezen dit juist positief:

Dit klopt beter met vers 6.


Niettemin zal Ik verheerlijkt worden.

Ondanks het ongeloof van Israël wordt Christus verheerlijkt, want Hij ontvangt toch Zijn gemeente.



Vers 6

Licht voor de heidenen.

Simeon noemt Jezus ook zo.

Jezus zelf noemt zich Licht.



Vers 7

De Verlosser van Israël

Dat is God zelf.


Israël, Zijn heilige.

Lett:

Dat is dus het Israël dat zich bekeert.


Israël wordt door de heidenvolken veracht, vanwege de Knecht, vanwege Jezus. Hij heet hier: verachte Ziel.

In de eindtijd betreft dat de volken o.l.v. de antichrist. Die vervolgt Israël.

Dat zal veranderen in het vrederijk. Vorsten gaan zich voor de Messias en ook voor Israël buigen.



Vers 8

Tijd van het welbehagen.

De tijd dat Jezus op aarde was.

De tijd dat het evangelie verkondigd wordt.

Ik zal U geven tot een verbond.

Andere vertalingen.

3 doelen voor de Messias.

  1. De aarde weer oprichten. Die is na de grote verdrukking vrijwel verwoest. Handelingen 3:21.
  2. De verwoeste erfenissen beërven. Jesaja 54:3.
  3. De gebondenen bevrijden uit het dodenrijk. Ef 4:8 Psalm 68:19 Jesaja 61:1.



Vers 9

Gevangenen: ga uit.



Vers 10

Geen honger of dorst.

Deze tekst is bijna hetzelfde als

Volgens kanttekening SV gebeurt dit in de hemel. Maar de kanttekening heeft geen zicht op het vrederijk. Deze tekst gaat zeker over het vrederijk. Ook Jesaja 25:8 verwijst hiernaar.

Ook Jesaja 49:9 kan met gelovig Israël uitgelegd worden.


Hun Ontfermer zal hen leiden.

Naar waterbronnen.

Uit de tempel komt de tempelbeek. Die heeft levenwekkend water. Daarheen worden de gelovige Joden teruggebracht.



Vers 11

Al Mijn bergen.

Har = berg.

In de grondtekst staat "har", dus berg (enkelvoud)

Mijn berg is Sion.


Mijn gebaande wegen.

= De opgang (naar Sion) of trap of gebaande weg.

Het heeft vaak een sacrale betekenis.



Vers 12

Van ver.

= uit zuiden.

NBV heeft: uit land van Syene.


Sinim.

= China.

Broeder Yun zegt: Sinieten zijn de Chinezen.

Strongs spreekt over een land in het verre oosten.


De gelovige Joden trekken vanuit alle windstreken naar Jeruzalem.



Vers 13

Zijn volk getroost.



Vers 14

Klacht.

God spreekt deze klacht uit.

Hieruit blijkt dat Hij weet hoe we zijn.

Dat is terugblik. Zo dacht men in de grote verdrukking. Toen was de vervolging door de antichrist heel hevig.



Vers 15

God vergeet Israël niet.

God is dus heel nauw verbonden met Jeruzalem.



Vers 16

In beide handpalmen...

Letterlijk:

We denken aan de kruisiging.



Vers 17

Uw kinderen zullen zich haasten.

Alleen gelovige Joden mogen in Kanaän wonen.

Ze haasten zich erheen.


Vernielers en verwoesters.

Israël heeft veel vijanden.

Alle volken zullen op Jeruzalem aanvallen.

Koning Gog en zijn bondgenoten vallen Israël aan.

De antichrist vervolgt Israël.

De valse profeet, het beest uit de aarde vervolgt Israël.

Satan die de vijanden machtig maakt.

Ze zullen van u weggaan.

God en Jezus rekenen af met deze vijanden.

De vijandige volken vluchten als Jezus wederkomt.

De legioenen van Gog vernietigen elkaar.

Jezus werpt de antichrist en de valse profeet in de hel.

Satan wordt 1000 jaar opgesloten in de afgrond.

Na die 1000 jaar gaat satan ook in de hel.



Vers 18

Allen komen naar u toe.

Alle gelovigen, uit alle stammen, zijn in Kanaän. Vanuit alle werelddelen zijn ze gekomen.

De voorwaarden voor het nieuwe verbond zijn vervuld. Israël is nu weer de bruid van God, Zijn vrouw.



Vers 19

Na grote verdrukking is er grote toestroom naar Kanaän.


Die u verslonden.

=antichrist, valse profeet.



Vers 20

Maak plaats..



Vers 21

Beroofd van kinderen. door:



Vers 22

Hand opheffen.

= oordeel over de heidenen.


Banier naar de volken.

Ammi is de naam voor Israël.

Banier over de verbonden volken (ammi)= hulp van God voor de stammen van Israël.

Er is géén antisemitisme meer, maar liefde en toewijding.

Dan zullen zij..

Zij = heidenvolken.

Ze dienen nu Israël. Dat zal zijn als het vrederijk er is.


Op de schouders.

= met een draagkoets.


Israël woont en blijft in Gods land.

Ze zullen niet meer uit Gods land weggaan.



Vers 23

Koningen dienen Israël.

Het diep verachte Israël wordt in Messiaanse tijd het meest geëerde volk.

Ze zijn dan ook, o.l.v. de Messias, de machtigste natie op aarde.



Vers 24

Machtige man.

De Machtige is de antichrist.


Gevangenen van een rechtvaardige.

VdW:

De Messias bevrijdt de gelovige gevangenen van de antichrist.

Het antwoord op de eerste vraag is ook ja. (Vs 25)



Vers 25

Zal Ik ter verantwoording roepen.

letterlijk: Ik, ja Ik zal...

God spreekt met nadruk.

Dus:



Vers 26

Eigen vlees eten.

Dit gaat over de oordelen in en aan het einde van de grote verdrukking.


Alle vlees zal gewaar worden...

Dit gaat over de vestiging van het Vrederijk.



<