Hoofdstuk 17


Vers 1

De last.

Dat wil zeggen: een woord van God dat de profeet als een last is opgelegd.


Damaskus verwoest.

Velen zien de profetie al vervuld, maar slagen er niet goed in om dat een plaats in de geschiedenis te geven.

  1. Vs 1: Damaskus zal verdwijnen. De stad is er nog steeds.
  2. Vs. 4 : te dien dage. Woorden die eindtijd bedoelen. Dus gaat het over toekomst.
  3. Vs 7 is toekomst. Nooit eerder richtte de mens cóllectief de blik op zijn Maker.
  4. Vs 8: eind aan alle afgoderij. Dat is ook toekomst. Dat is nog nooit vervuld, maar gebeurt in het vrederijk.

Burgeroorlog in Syrië.

Op 26 januari 2011 begon de burgeroorlog in Syrië. Grote stukken van Damascus zijn verwoest, maar de stad bestaat nog.

De profetie is dus nog steeds niet volledig vervuld.

Vers 14 eindigt met: voordat het morgen wordt, zijn ze er niet meer. Dus voordat het vrederijk aanbreekt is Damascus er niet meer.


Gebied voor Israël.

In Ezechiel 48 staat een nieuwe indeling van het toekomstige Israël. Het gebied van Damaskus wordt dan bezit van de stammen Aser, Dan, Naftali.



Vers 2

Aroër

Onder Tiglatpileser III werd Syrië niet ontvolkt, maar het werd een Assyrische provincie nl. Karnaïm.

In eindtijd zal Syrië wel ontvolkt worden. Zo kan het onderdeel worden van het Messiaanse rijk. We zien nu al een grote vluchtelingenstroom uit Syrië.


Israël dichtbij Damaskus.

Op 16-12-2024 viel het regime van president Assad. De opstandelingen van HTS grijpen de macht.

Israël bezet onmiddellijk een grote strook land tussen Damaskus en de Golan-hoogvlakte.



Vers 3

Hier even nabije toekomst.

Hier zien we ook de nabije toekomst. Assyrië zal Syrië en Efraïm verslaan.

De glorie/luister van Israël verdween. Zo zal het ook Syrië vergaan.



Vers 4

Er is een lange weg van achteruitgang van Israël. De luister van Jakob= de dienst van God. Achaz, Manasse .



Vers 5

Metaforen.

  1. Tiglatpileser III.
  2. Nebukadnezar.
  3. Antichrist.
  4. God zelf als Hij Zijn oordeel in de wereld zendt.

Refaïm ligt zuidwest van Jeruzalem.



Vers 7

Op die dag.

Deze uitdrukking ziet meestal op de eindtijd.


De mens.

= de mensheid.

Deze profetie is niet in het verleden te plaatsen. Het is toekomst dat de mensheid op Jahweh zal zien. Vijanden komen om.



Vers 9

Op die dag.

Deze uitdrukking ziet meestal op de eindtijd.



Vers 12

Rumoer van veel volken.

Veel volken gedragen zich zeer vijandig tegen Israël.

In het laatste deel van de grote verdrukking zien we dat duidelijk.

Volken belegeren Jeruzalem.

Gog, koning van Magog, trekt op naar Israël en veel volken zijn bondgenoten.

Jezus komt op de Olijfberg en vernietigt deze vijanden.



Vers 14

Ons.

Dat is Israël.



<