Hoofdstuk 12


Vers 1

Op die dag.

Dat slaat terug op Jesaja 11. Dat is dus de eindtijd, waarin Israël weer terugkomt in Gods land.


Danklied voor verlossing.

De verlosten zingen dit lied als ook de 10 stammen weer in Israël zijn.

VdW:

De breuk van het Sinaïtische verbond wordt opgeheven.



Vers 2

God is mijn heil.

"God "=El = godheid. Het kan ook op de Messias zien.

"HEERE HEERE "= Jah Jahweh. Het eerste deel is een verkorte naam. Deze combinatie komt verder in de bijbel niet voor. Het is daarom logisch om de eerste zin met HEERE te laten eindigen en de nieuwe zin met Jahweh te laten beginnen.

VdW: Jahweh is ook voor mij tot heil geworden.



Vers 3

Water scheppen.

Letterlijk:

Mensen kunnen het heil van God niet nemen. Ze ontvangen het.

Als "heil" echter echt water is, dan kunnen mensen het wel scheppen.

Als de fonteinen Gods beloften zijn, dan zien we met vreugde dat God al Zijn beloften vervult, nu en in de toekomst.



Vers 6

Groot in uw midden.

God woont weer in de derde tempel te Jeruzalem. Zijn heerlijkheid (sjechina) wordt daar gezien.



<