Hoofdstuk 13


Vers 1

Waar plaatsen we dit?

Jesaja 13 is moeilijk te plaatsen in de áchterliggende geschiedenis.

  1. Babels val verliep ttv Kores met weinig bloed vergieten. In Jesaja 13 vallen er juist veel doden.
  2. De Bijbel verbindt de ondergang van Babel altijd met koning Kores van Perzië.Niet echt met de verwoesting van Babel.
  3. Jesaja 13:17 spreekt van Meden, terwijl in het Medisch-Perzische rijk de Perzen belangrijker waren.

Conclusie

We hebben in Jesaja 13 waarschijnlijk te maken met Babylon van de eindtijd. Dat past ook beter in het geheel: Jesaja 11 = vrederijk. Jesaja 12 = danklied van de verloste Joden uit de grote verdrukking.

Dit hoofdstuk 13 staat in het kader van de grote dag des Heeren.

In Jesaja 14:1 zie je dat ook.


Last.

De last - Dat wil zeggen:

Ook Jeruzalem gaat gebukt onder het zware juk van Babel, ook in de toekomst. Dan is er de gruwel van de antichrist en de valse godsdienst van Babylon.

De val van Babylon staat in



Vers 2

Banier oprichten.

Rondom een banier, een vaandel, verzamelde zich een legereenheid.

God richt zijn banier op. Zijn helden, Zijn engelen, zullen een einde aan Babylon maken.



Vers 3

Met nadruk:

Er staat " Ik, Ik"!


Mijn geheiligden ?????

Het is heel onzeker of het hier "geheiligden" zijn.

Waarschijnlijk gaat het over Gods heiligheid.

God besluit om "zich heilig te betonen"= recht te doen.


Mijn helden.

"Mijn helden" zijn aartsengelen. Vgl

Deze engelen vinden ook vreugde in Zijn majesteit. Op korte termijn kan het zien op verderfengelen.

In de eindtijd zullen Gods helden de vijanden straffen. We zien in Openbaring steeds de engelen actief in het uitvoeren van Gods straffen.

Andere vertaling.

VdW.



Vers 4

Verzamelde heidenvolken.

Dit lezen we ook in

Jezus komt, met Zijn heiligen, en zal met Zijn krijgsmacht de volken verslaan en Zijn stad Jeruzalem bevrijden.



Vers 5

Ze komen eraan.

Het land te gronde richten.

God gaat Babylon te gronde richten.



Vers 6

Weeklaag!

Als Babylon valt dan lezen we daarna over geweeklaag van diverse groepen.

Dag van de HEERE.

Dat ziet op de eindtijd.

De dag van de HEERE heeft altijd te maken met Zijn oordelen. Aan het eind van de grote verdrukking zal Babylon vallen.



Vers 7

Weeklagen over de val van Babylon.

In

lezen we hoe de wereld ontzet is over de val van Babylon.

Koningen, kooplieden, scheepslieden, enz. staan versteld en treuren.



Vers 8

Aarzeling?

Zie aantekeningen bij



Vers 9

Dag van de HEERE.

Dat ziet op eindtijd. We zijn in de grote verdrukking.

Dan is er de brandende toorn van God.

Ramp op ramp ( 7 zegels en 7 bazuinen en 7 schalen) maken van het land (= aarde) een woestenij. God vaagt de zondaars weg. De antichrist en de hoer van Babylon en hun volgelingen komen om. Daarna schept God een nieuwe aarde.



Vers 10

Tekenen van de eindtijd.

De tekenen in de hemellichamen noemt Jezus ook in

Openbaring 6 t/m Openbaring 18 geeft een nauwkeurige beschrijving van alles wat er zal plaats vinden als God toorn losbrandt op de dag van de wraak.

Ook de tekenen in de hemellichamen worden genoemd.



Vers 11

De trots van de hoogmoedigen.

We lezen dat de antichrist zich zeer hoogmoedig zal gedragen.

Jezus zelf maakt een einde aan de trots van deze hoogmoedige. Jezus werpt dit beest met de valse profeet in de hel.



Vers 12

Wereldbevolking gehalveerd.

De vier apocalyptische ruiters doden ¼ vd wereldbevolking. Dat is ruim 2 miljard mensen.

Later tijdens Gods toorn sterft nog ⅓ van de wereldbevolking. Dat is opnieuw ruim 2 miljard mensen.

Dan is bijna de helft van de wereldbevolking gestorven.



Vers 13

De hemel siddert.

Ook andere profeten moeten dit vreselijke gebeuren bekend maken.



Vers 15

Ieder.

Dat zijn de goddelozen, die hoereren met Babylon.

Het zijn de aanbidders van het beeld van de antichrist.

Jezus noemt dat beeld "de gruwel".



Vers 17

Meden.

De Meden bogen nooit voor Babel. Met grote haat bewerkten ze de ondergang van de vijanden.

Zo ook in de eindtijd zal er een "geest van de Meden" zijn, die zich keert tegen de antichrist en de valse profeet.



Vers 19

De val van Babylon.

Het gaat hier over Babylon van de eindtijd. Dat blijkt wel uit

De val van Babylon staat in

De letterlijke stad Babel is door Cyrus / Kores niet verwoest. De stad Babel kende na Cyrus nog verschillende bloeiperioden. Maar na de grote verdrukking is het over en uit met Babylon. Het gaat over de vernietiging van het goddeloze godsdienstige systeem, de hoer Babylon. Dat wordt hier beschreven.



Vers 21

Woestijndieren.

Babylon is een verlaten stad. Dan nemen de wilde dieren er bezit van.


Bokachtigen.

SV vertaalt:

Goden van de onderwereld.



Vers 22

De tijd is dichtbij.

Jesaja ziet de val van Babylon voor zich. Het is alsof de tijd dichtbij is.



<