Hoofdstuk 7


Vers 1

Vorstendochter.

Zo noemt Salomo haar vleiend.

Hij kleedt haar met zijn ogen uit. Hij ziet vooral haar lichaam. Hij is begerig.

Zo doet haar liefste niet. Die noemt haar steeds: zuster en bruid.

Die ziet vooral haar liefde en kuisheid.


De opsomming van de lichaamsdelen is hier anders dan in Hooglied 4.

Hier gaat het van de voeten naar het hoofd.

Die voeten hebben waarschijnlijk te maken met de vraag om te dansen, voetjes van de vloer.



Vers 2

Uw buik.

De prachtige lichaamskleur wordt met de kleur van tarwe vergeleken. Of het gaat over de vorm van de buik. Tegelijk wijst het op vruchtbaarheid.

Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk "geheim". Het is een eufemisme voor "schande van de vrouw". (M.A. van de Oudenrijn)



Vers 4

Uw hals.

Hier staat een persoonlijkheid.


De ogen.

Ze glanzen mooi helder, net als het wateroppervlak van de vijvers.


De neus.

De neus is als een toren. Die ziet uit op vreemden. (Damascus)

Hun ongewenste toenaderingen wijst ze af.



Vers 5

Uw hoofd is als Karmel.

Ze verheft haar hoofd trots omhoog. Ze laat niet met zich spotten.


Purper.

Deze kleurstof hoorde bij het koninklijke gewaad.

Purper kan diep rood zijn, tot op het zwarte af.


De koning zit gevangen.

De koning is er erg door geboeid????



Vers 7

Palmboom.

Een slanke en hoge boom.

Beeld van een rechtvaardige.



Vers 8

Onbeschaamd.

Salomo spreekt hier onbeschaamd zijn verlangen naar haar uit. Hij heeft grijpgrage handen. Lees vers 7 erbij.


Geur van uw neus.

Haar geliefde herder was als een appelboom.

De bruid at van zijn appels.

Nu ruikt ze nog naar die appels.


Wie veel met Jezus omgaat, Hem eet, die gaat ook Zijn geur verspreiden.



Vers 9

Goede wijn.

Salomo wil door haar gekust worden. Hij verlangt naar een kus van Sulamith, zoals hij kan verlangen naar goede wijn.

Maar... die wijn krijgt hij niet. Die is alléén voor de geliefde herder. Zij blijft hem trouw.


Die stroomt regelrecht.

Sulamith onderbreekt Salomo. Die goede wijn, die kus, gaat alleen naar mijn liefste.

Ze wil weg.



Vers 10

Sulamith blijft trouw.

Ik ben van mijn liefste. Hem blijf ik trouw.

Ze kiest voor haar herder. Ze wil hier weg bij Salomo.

In Hooglied 2:16 zegt ze het anders: "Mijn geliefde is van mij."

Hier is het: "Ik ben van hem".



Vers 11

Kom mijn liefste.

Sulamith wil weer naar haar geboortegrond. Ze wil met haar liefste genieten van de natuur in de lente.


In de dorpen.

Het Hebreeuws kan vertaald worden door:

Overnachten.

Dit verloofde stel breng niet samen de nacht door.

Het kan hier ook een ruimere betekenis hebben:



Vers 12

Mijn liefde geven.

Wat dit inhoudt staat in vers 13.

Ze wil allerlei lekkers met hem delen.



Vers 13

Liefdesappels.

Dudaïm =

Mandragora officinalis.

Alruin met paarsblauwe bloemen, een plant uit de nachtschadefamilie.

Gele, appelvormige vruchten, die aantrekkelijk zoet ruiken.

De wortels lijken iets op mannetjes.

Vruchtbaarheidbevorderend.



<