Broer.
Het gaat om een broer, een zoon van dezelfde ouders.
Die broer kun je op straat gewoon kussen. Dat kun je in het openbaar niet met je liefste doen.
U zou mij onderrichten.
Dit slaat waarschijnlijk op de moeder die haar dochter onderwijst in de geheimen van de liefde.
Granaatappel.
Die granaatappel is, volgens de overlevering , afkomstig uit het paradijs. De a.s. bruid wil dus het kostbaarste geven aan haar liefste herder.
Omarming.
De a.s.bruid verlangt naar een omarming van haar geliefde.
Ik bezweer u.
Er staat nu niets over gazelle of hinde.
Waarschijnlijk is de a.s.bruid al ver uit haar geboortestreek.
Waarom de liefde opwekken?
Probeer mijn liefde niet op een ander (Salomo) te richten.
Ik blijf trouw aan mijn liefste, mijn herder.
Voordat het haar behaagt.
Totdat zij die liefde schenken kan, aan wie zij dat graag wil. Dat moment is het huwelijk.
Wie is zij..?
Dit staat ook zo in
In Hooglied 3 gaat het over de draagkoets van Salomo, maar we missen de a.s. bruid.
Hier, in Hooglied 8, lezen we over de beide geliefden. Hier dus géén escorte. Hier zijn ze gelukkig samen en halen herinneringen op.
De bewoners van Sulam.
Ze zien de herder terugkeren en hij heeft zijn geliefde bij zich.
Het paar komt uit de woestijn.
Sulammith gaat met haar geliefde terug naar huis, naar Sulam. (Sunem) Daar begon hun liefde, onder de appelboom.
Daar heb ik u gewekt.
Het Hebreeuws is duidelijk. Het kent verschillende vormen voor vrouwelijk en mannelijk.
Hier wekte het meisje de liefde op bij de jongen. Hij zat of stond onder de appelboom toen zij langs kwam.
Het gebeurde bij Zijn geboortehuis.
Zegel op uw hart.
Zegel(ring) en eigendom horen bij elkaar.
Het zegel vertoont de kenmerken van de eigenaar. De zegelring werd ook wel aan een koord om de hals gedragen en lag zo op het hart. Daar klopte de liefde voor de bruid. Of men droeg hem aan een armband om de pols. Zo wil de a.s. bruid zijn hartslag of polsslag voelen. Ze maakte al eerder zo'n vergelijking.
Dan wordt ook haar liefde beschreven, onstuitbaar, niet te veranderen.
Ook de hogepriester droeg de namen van de stammen op zijn schouders.
Onstuitbaar als het graf.
Het Hebreeuwse woord is: sheool = dodenrijk.
Het dodenrijk zegt niet: " Het is genoeg".
Zo zegt ook de liefde: "Het is niet genoeg".
Hartstocht.
Het kan ook vertaald worden met "naijver".
Zij wil de geliefde herder helemaal voor zichzelf hebben. Zo is het andersom ook.
Vlammen des Heeren.
Dat doet denken aan het vuur op het brandofferaltaar. Dat moest áltijd branden. Zo ook de hartstocht, de na-ijver. Die duldt geen ander in de liefdesrelatie.
Dit is de enige keer dat de naam van de HEERE In Hooglied voorkomt.
En dan nog wel in verkorte vorm: Jah.
God ís Liefde.
Onze liefde is een afgeleide van Zijn liefde.
Liefde is sterk.
Veel water kan de liefde niet blussen.
Juist als de macht van de duisternis de liefde probeert te doven, dan lezen we over de Naam van de HEERE. Opmerkelijk dat dit de enige plaats in Hooglied is waar Gods naam staat.
God neemt het op voor de liefde.
Al gaf iemand...
Salomo kan heel veel rijkdom bieden om de liefde van Sulamith te kopen, maar ze veracht dat.
Liefde is niet te koop.
Wij.
Zo spraken de (stief)broers. De huidige bruid was toen nog een meisje.
Als ze een muur is...
Een muur houdt boze indringers buiten. Zo moet Sulammith zijn.
Ze moet rein en kuis leven.
Als ze een deur is...
De deur kan iedereen binnenlaten. Zo moet Sulammith NIET zijn.
Als Sulamith iedere man maar binnenlaat, dan zullen de broers maatregelen nemen.
Dan timmeren ze die deur dicht met cederen planken. Ze willen dat hun zus rein blijft tot aan haar huwelijk.
Ik ben een muur.
Sulamith zegt hoe ze is. Ze is géén deur, geen allemans vriendin.
Daar is de bruidegom heel blij mee. Zo is er innige vrede tussen de geliefden.
Borsten als torens.
Torens zijn onneembare vestingwerken. Vreemden mogen daar niet in.
Zo zijn haar borsten niet voor vreemde mannen.
In zijn ogen.
Toen Sulamith nog eens duidelijk uitsprak hoe haar houding steeds is geweest, was haar geliefde daar heel blij mee.
Baäl-Hamon.
Een plaats in het gebied van Issaschar.
Baäl-Hamon = heer van een menigte.
1000 zilverlingen is een hoog bedrag. Het betreft de pacht van een grote wijngaard.
Mijn wijngaard.
Eerder werd Sulammith vergeleken met een afgesloten hof.
Hier noemt haar geliefde haar zijn wijngaard. Hij is zo blij dat hij zijn bruid weer terug heeft, dat hij er wel 1200 zilverstukken voor wil geven aan Salomo.
Bewoonster van de tuinen.
Dat is Sulamith.
De geliefde herder wil haar stem horen. In vers 14 zegt ze wat ze graag wil.
Kom haastig.
Letterlijk:
Dus spoed u, maak haast. Ga snel naar huis en regel de bruiloft.
Bergen van specerijen.
Gazellen of jonge hertjes komen zich tegoed doen aan de vele specerijen in de tuin.
Sulammith is de omsloten tuin.
De bruidegom mag komen om van alles van de "tuin" te genieten.
De liefde maakt twee tot één.
Wie een vrouw vindt, vindt een schat die de HEERE gaf.
Wat leert Hooglied ons als we het niet vergeestelijken?