Hoofdstuk 7


Vers 1

Woordspeling.

Beter tôb šēm dan šemen tôb.

Dag van de dood.

Pas bij het sterven weet men of de goede naam stand heeft gehouden.

Tijdens kraambezoek denkt men niet aan de kortheid van het leven. Tijdens een begrafenis staan we daar wel bij stil.

Zo kan droefheid plaats maken voor blijdschap.



Vers 2

Klaaghuis.

Ieder eindigt daar zijn leven. De levenden moeten zich daar goed van bewust zijn.

Maar... er zullen gelovigen zijn die niet zullen sterven. Dat gebeurt als Jezus de gelovigen opneemt.



Vers 3

Verdriet.

Dat moeten we opvatten als "verdriet" over de kortheid van het leven. Het bewustzijn daarvan is beter dan lachend door het leven gaan en je de kortheid van het leven niet te realiseren.



Vers 4

Wijze.

Een wijze laat zich leiden door het besef van de kortheid van het leven. De dwaas wil daar niet aan denken: pluk de dag.



Vers 6

Doorns.

Veel geknetter, weinig warmte.



Vers 7

Waanzinnig maken.

Een wijze loopt gevaar ook dwaze dingen te doen.

Onder druk of na steekpenningen. Pas op.



Vers 9

Ergernis.

Dat hoort bij het domein van de dwaas.



Vers 10

Vroeger beter?

Prediker weet dat elke tijd zijn eigen kwaad kent. Waarschijnlijk wel in een andere verschijningsvorm dan nu.



Vers 11

Wijsheid is goed, zoals een erfdeel.



Vers 12

Wijsheid heeft meerwaarde.

Wijsheid en geld zijn allebei een extra verzekering tegen risico's in het leven.

Geld heeft geen invloed op onze levensduur, maar een wijze levenswandel wel.

De waarde van de wijsheid is niet te overschatten.



Vers 13

God maakt krom.

God oordeelt.

God maakt de weg van de goddeloze krom.



Vers 14

Het leven is veranderlijk.

Zo gaat het goed en mag je van het goede leven genieten, maar houd er rekening mee dat het zó anders kan zijn.

De toekomst blijft verborgen.


Satans methodiek.

  1. Waarheid in twijfel trekken en de straf loochenen. Hij is de vader van de leugens. Genesis 3:4.
  2. Bijbelse waarheden verdraaien. Satan maakt de toepassing anders, of laat stukjes weg. Zoals in Mattheus 4:6, waar Psalm 91 onjuist wordt geciteerd en van een foute toepassing wordt voorzien. In Prediker 7:14 wordt gezegd, dat we van het goede mogen genieten, maar satan verdraait dat zo, dat een genotscultuur goed is.
  3. Satan misleidt door valse leringen. Foute exegese of beïnvloeding door wetenschap of door buitenbijbelse bronnen.

Leef als Job.

Zou ik het goede van God ontvangen en het kwade niet ontvangen?

Het moeilijke is bv.

1 De dood.

2 Confronterende levenslessen.

Paulus roept op tot blijdschap:

Zo'n leven is mogelijk dankzij Christus die kracht geeft.



Vers 15

Waarneming die niet klopt met de wijsheidsteksten.

Ook Asaf nam dit waar.

Ook Jeremia beaamt dat.

Het gaat in het leven regelmatig anders dan we verwachten. Dingen die God krom gemaakt heeft, krijgen wij niet recht.



Vers 16

Niet al te rechtvaardig.

Dit betekent NIET een middenweg.

We zijn onvolmaakte mensen. Wie door super rechtvaardig of heel wijs te leven probeert te bereiken dat het onheil hem niet meer zal treffen, zal bedrogen uitkomen. Het moet geen eigengerechtigheid en géén eigenwijsheid worden.


Eigenlijk wordt hier de moraal van een werelds mens getekend. Hij wil van 2 walletjes eten.


Verwoesten.

Onheil voorkom je niet door heel rechtvaardig of heel wijs te leven. Vgl Job



Vers 17

Niet al te goddeloos.

Dat een goddeloze lang leeft is dus toch uitzonderlijk en géén regel.

Dit betekent dus NIET dat het er niet zo nauw op aankomt.



Vers 18

Een soort samenvatting.

Leef in ontzag voor God.



Vers 19

Wijsheid maakt sterker.

Ons vertrouwen in de waarde van gezond verstand wordt hier weer hersteld.



Vers 20

Niemand.

Zelfs rechtvaardigen vállen wel in zonde. Ze léven er echter niet in.



Vers 21

Boodschap.

Men moet niet gericht zijn op de onvolmaaktheid van de ander, maar zeker oog hebben voor eigen onvolmaaktheid en daarom met een ander geduld hebben.

Ieder heeft vergeving nodig.



Vers 23

Met wijsheid beproefd.

Vgl Prediker 1:13.

Ondanks al het onderzoek begreep Salomo het niet goed.

De menselijke wijsheid schiet te kort om Gods wijsheid te doorgronden.



Vers 24

Zelfs de wijzen begrijpen het niet echt. Alleen God overziet alles.



Vers 25

Salomo benadrukt hoe nauwkeurig hij alles onderzocht. Hij vond wel iets dat erg bitter was.



Vers 26

Dé vrouw.

Hier wordt dus een specifieke vrouw bedoeld. Een vréémde vrouw, niet je eigen vrouw.

Het is "vrouwe Dwaasheid" die je weglokt van "vrouwe Wijsheid". Wie vrouwe Dwaasheid volgt, gaat de dood tegemoet.

Salomo zocht vrouwe Wijsheid, maar vond "vrouwe Dwaasheid". Alleen een godvrezende zal aan Dwaasheid ontkomen.



Vers 28

Geen vrouw gevonden.

Salomo zocht dé wijsheid, vrouwe Wijsheid. Die vrouwe Wijsheid vond hij helaas niet. Wel vond Salomo onder de duizenden "een mens", een man, een zondig mens. Maar onder die duizenden vond hij de volmaakte wijsheid, vrouwe Wijsheid, niet.

Jezus is de Wijsheid. Hem moeten we zoeken en dan zullen we Hem vinden.


Stuursheid verdwijnt.

Een wijze is mild en vriendelijk voor de naaste. Dat is een wijze houding. Daar win je een ander mee.



Vers 29

Conclusie.

God maakte de mens goed (letterlijk: recht), maar de mensheid zocht veel uitvluchten. De mens werd ongehoorzaam en bedacht direct uitvluchten.

We kunnen God niet de schuld geven van onze verwarring.



<