Hoofdstuk 6


Vers 2

Algemene regel.

God zegent en we mogen er dankbaar van genieten en Hem danken.

Dat moeten we zien als een zegen van God.


Individueel geval.

Hier zegent God opnieuw, maar God geeft géén vrijheid om er van te genieten. Waarom en hoe weten we niet.


Het leven is ingewikkeld en loopt niet via algemene regels.



Vers 3

Rijk, maar toch niet.

Deze persoon is rijk, maar onverzadigbaar. Meer...meer.

Hij leeft lang.

Hij heeft veel kinderen.

In OT zijn dat zegeningen.

Qebûrâ

Men vertaalt met graf of begrafenis. Elders in OT is het steeds "graf."


Misgeboorte.

Het lot van een misgeboorte is erg.



Vers 6

Dezelfde plaats.

In OT was dat het dodenrijk = Sheool.

Na Zijn opstanding verloste Christus de gelovigen uit het dodenrijk, de sheool.

Hij was er zelf ook een gebondene geweest.



Vers 7

Steeds hebben we weer trek in voedsel.



Vers 9

Beter is het zien

Dus maak dankbaar gebruik van wat je ziet. Verlang niet steeds naar meer. Richt je niet op wat je niet hebt, want dan vergeet je te leven.

Mattheus 6:19

Mattheus 6:20

Mattheus 6:33



Vers 10

Middelste tekst van het boek prediker.


Wat iemand ook is.

Het kan ook vertaald worden met:

Lezen we "iemand" i.p.v. "er", dan slaat het op de plaats die God de mens heeft toebedeeld.


Het is bekend dat hij mens is.

Dat ziet op de nietigheid.



Vers 11

Hoe meer woorden..

Prediker benadrukt hoe goed woorden van de wijzen zijn.

We kunnen beter vertalen:

Dan gaat het over woorden waarmee men zich bij God beklaagt. Men is het niet eens met wat God bepaald heeft. We moeten niet ondoordacht tegen God spreken.

Wat baat..

Over deze vraag moeten we nadenken. Er zijn zeker zaken die goed en voordelig zijn.



Vers 12

Wie weet wat goed is..?

Dat staat in



<