Hoofdstuk 11


Vers 1

Werp uw brood uit.

Dit lijkt zinloos. De bedoeling is waarschijnlijk : doe belangeloos goed aan anderen, aan 7 of aan 8.

Doe goed in het heden. Je weet niet hoe de toekomst is, dus niet oppotten om er later goed mee te doen.



Vers 3

Op de processen in de natuur hebben we geen invloed. We zien ze wel, maar besturen ze niet.



Vers 5



Vers 6

Zaai uw zaad.

Ga aan de gang. Maar doe het met goed overleg. Je weet nooit van te voren welk zaaisel oogst zal opleveren. Het vroege zaaisel, of het late zaaisel of misschien allebei.



Vers 7

Licht zien.

Hier wordt het leven nadrukkelijk geprezen.



Vers 8

Dagen van duisternis.

Geniet dus van het leven, voordat de kwade dagen komen.



Vers 9

Geniet vh leven

Hier is de 7e aansporing.

Genieten is Gods gave

Genieten, maar niet zondig

God zal van al je doen en laten verantwoording vragen.

Dus geen ongebreideld leven.

Prediker 12:13-14



Vers 10

Wrevel

Letterlijk: kwelling , ellende

Als dat er is, kan dat leiden tot wrevel en boosheid.


Kwade

Moeite, verdriet, pijn.

Het gaat hier ws niet over zonde.

Doe dat zoveel mogelijk weg. Er komen nog genoeg kwade dagen.


Risico beperken

We hebben een eigen verantwoordelijkheid.



<