Hoofdstuk 10


Vers 1

Eén dode vlieg.

Het kost minder moeite iets te bederven dan om iets te creëren.

De dode vlieg veroorzaakt stank, terwijl de zalfbereider een heerlijke geur wilde maken.

Mozes sloeg op de rots terwijl hij moest spreken en toen was alles bedorven. Hij mocht niet in het beloofde land.



Vers 2

Rechts - links.

Genesis 48:13-15.

Mattheus 25:33.



Vers 4

De geest van de heerser.

Salomo wijst hier op een absurd menselijk verschijnsel: lichtgeraaktheid.


Verlaat uw plaats niet.

Blijf rustig luisteren. Wees wijs en spreek niet tegen.


Voorkomt zonden.



Vers 5

De machthebber is dwaas.

De machthebber maakt een fout en heeft dat niet eens door. Zo dwaas is hij.

De gevolgen staan in het volgende vers.


Vgl. wat koning Rehabeam deed. Hij volgde de jonge dwaze raadgevers.

Het rijk van Israël scheurde.

Rehabeam hield slecht 2 stammen over.



Vers 7

Als de vorst dwaas is.

De sociale orde wordt omgekeerd. Dat gaat niet goed.



Vers 8

Let steeds goed op.

Ook in alledaagse zijn er veel onzekerheden. Steeds moeten we goed opletten.


Muur.

Om een wijngaard was een muur van ongehouwen stenen. In de holten zaten wel slangen. Pas op als je de muur afbreekt, je kunt gebeten worden.



Vers 9

Overal zijn risico's.



Vers 10

Bot of scherp.

Wijsheid leidt tot succes.

Een dwaas werkt met de botte bijl.

Een wijze slijpt de bijl op tijd.

Wie niet sterk is, moet slim zijn.



Vers 11

Er kunnen altijd onverwachte dingen gebeuren.



Vers 15

De vermoeide dwaas.

De dwaas is moe, omdat hij steeds omloopt. Hij neemt de kortste, de juiste weg niet.

Een wijze bekijkt dat van te voren.



Vers 16

Wee als de koning een kind is.

Koning gedraagt zich onvolwassen. De regeerders gedragen zich ook onbekwaam. Feestvieren lijkt hun beter dan regeren.



Vers 18

Het gebint stort in.

Een dwaas pleegt geen onderhoud. De wijze wel.



Vers 19

Onverantwoord "genieten".

Het gaat hier om onverantwoordelijk gedrag dat het land te gronde richt.

Dit is niet het genieten dat Prediker aanbevolen heeft.



Vers 20

Vervloek niemand.

Pas altijd goed op je woorden. Als het bekend wordt, kan het je schade doen.



<