Hoofdstuk 12


Vers 1

Denken.

Dit denken neemt je helemaal in beslag.

Je denkt aan God, maar je komt ook in actie.

Het denken aan de Schepper heeft dus gevolgen voor óns leven.

God dacht aan Noach en komt in actie door de zondvloed te beëindigen.


Opdracht.

God dus zoeken in de jeugd. Stel dat zoeken niet uit.

Je moet zoeken voordat...

Schepper.

Letterlijk: Scheppers.

Vader, Zoon en Heilige Geest zijn alle drie Schepper.

Wat staat er niet?

Er staat niet dat je aan jouw dood moet denken. Dat is teveel eer voor de dood.

Denk aan God.

Denk aan de komende Jezus.

Als Hij komt, komen de gelovigen tot volmaaktheid, ook lichamelijk.



Vers 2

Verduistering.

Het is beeld vh naderende levenseinde.

Voordat je leven eindigt in complete duisternis, de dood.



Vers 3

Bevende bewakers.

Dat zijn de handen. Op hoge leeftijd beven ze.


Sterke mannen zijn krom.

Waarschijnlijk de benen.


Maalsters.

Dat zijn tanden en kiezen.

Ze zijn weinig in getal.


Door vensters zien.

De ogen worden minder.



Vers 4

Beide deuren.

Oren.


Zangeressen.

Kraakstem.


Zangers en zangeressen.



Vers 5

Kapperbes.

De oude heeft moeite met spijsvertering. De kapperbes, een geneesmiddel om eetlust op te wekken, werkt ook niet.

Of: om de libido bij mannen op te wekken.


Amandelboom.

Bloeit wit.

Beeld van grijs worden.


Sprinkhaan.

Kan niet zoveel meer eten.

Spijsvertering levert problemen.

Zoals de sprinkhaan zo kon de oude mens vroeger bewegen en springen. Nu kan dat niet meer.


Eeuwig huis.

"Eeuwig" slaat hier op een zeer lang verblijf.



Vers 6

2 beelden.

  1. Olielamp. Die is van goud en hangt aan een zilveren ketting. Als de ketting breekt, valt de lamp kapot.
  2. Kruik.

Een olielamp.

Het koord breekt, de kostbare lamp valt. Het Licht gaat uit. Het leven is weg. Goud, zilver, geeft wel aan de hoge waardering vh leven.

Het Licht gaat uit. De dagen vd duisternis zijn er.


Kruik.

De katrol gaat kapot. De kruik valt in stukken. Water, symbool vh leven, loopt weg.

Lamp en kruik waren ook grafgiften.



Vers 7

De geest komt van God

Job 27:3

Numeri 16:22


Sterven: de geest gaat terug naar God

Jacobus 2:26

Genesis 35:18 (ziel of leven)

Psalm 104:29



Vers 8

Vluchtigheid

Het leven is als een damp.



Vers 9

Prediker.

Hier wordt de schrijver voorgesteld.



Vers 11

Prikkels en spijkers

De woorden vd wijzen zetten zich stevig vast in het geheugen, net als spijkers.

De wijze woorden komen van God, de Herder.


Prikkels.

Dat was een prikstok achter de ploegende ossen.

Ze moeten

Zo moet het woord van God ook een "prikkel" zijn.


Spijker.

Met een spijker maak je iets stevig vast.

Zo moet het woord zich bij ons vastzetten.


Door één Herder

God geeft zowel prikkels als spijkers. God heeft een doel met ons. Geef Mij je hart.



Vers 12

Gods liefde

Salomo heeft alles uitgebreid bestudeerd. Veel wijzen gaan weer boeken schrijven, maar aan dit boek van Prediker heb je genoeg.

Besef goed waar het echt om draait. Het gaat om godsvreze.

Vermeerderen van kennis is goed, maar we moeten gehoorzamen.



Vers 13

Conclusie:

Gods geboden moeten richtsnoer voor óns leven zijn.

Het leven volgens Gods geboden wordt beloond.



Vers 14

God heeft het laatste woord.

Wij moeten met een vrij geweten leven.



<