Hoofdstuk 2


Vers 1

Mijn woorden.

êmer =

Opbergt.

Het gaat over het zorgvuldig bewaren van iets kostbaars.

Wie dat doet is wijs.


Als je....dan.

De zoon wordt de goede weg gewezen.

Als je dit en dit en dit doet, dan zul je tot de kennis van God komen.

Wat een belofte!

Wie ijverig zoekt, vindt.

Zalig bent je als je Gods woord hoort en doet.

Ook Jezus noemt je dan een wijze.



Vers 2

Jouw oor en de wijsheid.

Dé wijsheid komt van God.

Het gaat om wijsheid en inzicht.

Zoek daar ijverig naar.



Vers 3

Jouw roep om inzicht.

God geeft je, op gebed, dat inzicht.



Vers 4

Als je het zoekt.

Wat moeten we intensief zoeken?

Hoe moeten we zoeken?

We moeten intensief zoeken, zoals je speurt naar verborgen schatten. Zoals we zoeken met een metaaldetector.

Als we zo zoeken, zullen we zeker God leren kennen.

Dan zullen we voortaan ook in de vrees van de Heere leven.


We ontvangen de Heilige Geest.

Wijsheid, inzicht, kennis ontvang je als je de Heilige Geest krijgt.



Vers 5

Wat is vrees van de HEERE?

De kennis van God vinden.

Dat intensieve zoeken beloont God.

Wat een heerlijke belofte!

Een belofte voor jou.



Vers 6

God geeft wijsheid.

Inzicht.

Inzicht zal je beschermen.



Vers 8

Paden van het recht.

Dat is precies de weg die God wil dat wij gaan.



Vers 9

Recht en gerechtigheid.

David deed recht en gerechtigheid in zijn leven.

Ook Salomo.



Vers 10

Waar gaat het steeds om?

Als dat in jou is, zal dat je voor veel kwaad bewaren.

In de volgende verzen (12-16) komen voorbeelden van het kwade.



Vers 16

Om u te redden.

In Jozef was deze wijsheid en bedachtzaamheid.

Hij vluchtte weg van de zonde en liet zich niet tot overspel verleiden.



Vers 17

Leidsman van haar jeugd.

Dat is haar echtgenoot.

Met hem had ze een huwelijksverbond en dat verbreekt ze.


Verbond van haar God.

Bij een huwelijk is God ook partij.

We beloven ook aan God om trouw te zijn.

Hij is getuige.



Vers 18

Helt over naar de dood.

Wie deze overspelige weg opgaat, gaat op zijn ondergang af.



Vers 20

Opdat je zult gaan..

Dit is tot jouw waarschuwing geschreven, opdat je zult gaan...



Vers 21

De aarde bewonen.

De hemel is een tijdelijk verblijf voor de gelovigen. God maakt een nieuwe aarde. Daarop zullen de gelovigen wonen. Daar is Psalm 37 ook duidelijk over.



Vers 22

Goddelozen worden uitgeroeid.



<