Hoofdstuk 1


Vers 1

Spreuken van Salomo.

Niet alle spreuken zijn van Salomo. Er zijn er ook van Agur en van Lemuël.

Salomo sprak er wel 3000.

Een deel is verzameld door ambtenaren van koning Hizkia.

Ze zijn verzameld om wijsheid en vermaning te leren. (Vs.2) Vermaning biedt inzicht. In de volgende verzen (2 tot 5) worden nog meer redenen genoemd.



Vers 7

De vrees van de HEERE.

De vrees van de HEERE is het fundament van de wijsheid in het spreukenboek.


Wat is de vrees van de HEERE?

Beginsel.

  1. Het voornaamste.
  2. Het begin.



Vers 8

De vrees van de HEERE moet je leren.

Ouders moeten hun kinderen de vrees van de HEERE, ontzag voor Hem, leren.



Vers 9

Zij zijn.

Als je die twee ter harte neemt zijn ze sieraden voor je leven, een diadeem en een halsketting.



Vers 10

Volg géén zondaren.

Verleiden is een verzoeking. Dat is werk van satan.

Die zondaren zijn rovers die ook voor roofmoord niet terugschrikken.



Vers 14

Het lot werpen.

Je zult meedelen in het geroofde.



Vers 17

Tevergeefs gespannen.

De vogels zien wel dat de vangnetten worden opgesteld en toch vliegen ze erin.

Ze vliegen op hun eigen ondergang af.

Zo vergaat het ook de kwaaddoeners. Doe er niet aan mee.



Vers 20

Hoogste Wijsheid.

Letterlijk:

Deze hoogste wijsheid komt bij God vandaan. Wij vinden die in de bijbel.

Predikers laten deze wijsheid horen.



Vers 21

Bij de poorten.

Bij de stadspoorten concentreerde zich het sociale leven.

Daar laat de Wijsheid zich horen.



Vers 22

Wie niet luistert naar de Wijsheid...

Wie niet luistert naar de Wijsheid hoort bij één van de volgende categorieën.



Vers 23

Keert u zich...

Hier klinkt de oproep: bekeer je!

De HEERE zoekt jouw behoud. De Geest ontvangen hoort bij het afkeren van de zonde.



Vers 24

Als je weigert om je te bekeren.

Dan ga je jouw ondergang bewust tegemoet.

Dan komt er angst.

Wie zich verhard, wordt door God aan verharding overgegeven.

Dan zijn er die tot God gaan roepen, maar dan luistert God niet meer.



Vers 28

Voorbeeld.

Israël bidt wel, maar God luistert niet meer.



Vers 31

Wat de goddelozen zaaiden, zullen ze oogsten.



Vers 32

Afkeren.

Wie zich van de opperste Wijsheid afkeert, blijft en komt in de dood.



Vers 33



<