Hoofdstuk 3


Vers 1

Liefde en geboden houden.



Vers 2

Levensverlenging.

Neem Gods onderwijs ter harte en houd Zijn geboden. Dan zal God zegenen.

Eén van die zegeningen is verlenging van je leven.



Vers 3

Bind ze om je hals.

Goedertierenheid en trouw moeten altijd bij je zijn, net als een halsketting. Ze moeten een stuk van je leven zijn doordat ze in jouw hart staan gegrift.

Zo ook liefde en trouw.


Bindingshormoon.

Als een echtpaar vrijt, komt het bindingshormoon oxytocine vrij. Daardoor worden die twee méér één dan alleen lichamelijk.


Verleiding.

Satan heeft een nieuwe pijl. Hij wil "open" relaties.

Dit is een groot gevaar voor het huwelijk.

Het is zéker niet naar Gods geboden.



Vers 5

Vertrouwen.

Vertrouwen = geloven.


Steun niet op jezelf.



Vers 6

Ken Hem in al je wegen.

Als je dat doet, dan kom je niet op wegen van duisternis.



Vers 7

Hoe is de vrees van de HEERE?

  1. Jezelf keren naar God.
  2. Jezelf afkeren van de zonde.

Vrees van de HEERE.

Dat is iets wat blijvend is. Het houdt voor eeuwig stand, staat hier.

Het heeft alles te maken met onze levenswandel.

Vrees van de HEERE hoort zeker bij Jezus.

Een Christen moet als Christus zijn.

Wat is de vrees van de HEERE?



Vers 8

Het zal...

"Het" is : de vrees van de HEERE.


Voor je navel.

Voor je hele leven.

Via de navelstreng kreeg je wat voor je leven nodig was.



Vers 9

Met de eerstelingen.

De eersteling was de eerste schoof van de gerstoogst.

Of.. het waren de twee broden, die op het Pinksterfeest aan God werden aangeboden.

De eersteling vertegenwoordigt jouw hele bezit. God heeft eigenlijk recht op alles.

Wie God zo eert, zal Gods zegen ontvangen.

God heeft recht op alle eerstelingen.



Vers 10

Volle schuren.

Als je Gods geboden doet, geeft Hij grote zegeningen.

In Deuteronomium 28 staan nog veel meer zegeningen die God zal geven.



Vers 11

Verwerp Gods vermaning niet.

Wie dat doet, wordt door Gods vloek getroffen. De gevolgen daarvan zijn vreselijk.

Afkeer van Zijn bestraffing.

God geeft soms tegenslag. Wees daar niet verdrietig over. Gods doel is om je geestelijk volwassen te maken.



Vers 12



Vers 13

Waarom welgelukzalig?



Vers 14

Wijsheid is beter dan rijkdom.



Vers 15

Zij is kostbaarder.

"Zij" is de wijsheid.



Vers 16

Wijsheid, rijkdom en eer.

Juist deze 3 dingen zie je terug in het leven van Salomo.



Vers 17

De Thora.

Wijsheid is bij de Joden hetzelfde als de Thora.

Ze zingen de verzen 17-18 als de thorarol in de heilige ark wordt teruggezet.



Vers 18

Boom des levens.

Wie wijs is en Gods geboden doet, zal zijn leven verlengen.

Vandaar: boom des levens.



Vers 19

De oorsprong van de wijsheid.

God zelf is Dé Wijsheid.

Hij heeft groot inzicht.

Hij toont dat in de schepping. Hij toont dat in Zijn woord.

De wijze zoekt God en grijpt Hem vast. Zo vindt de wijze het eeuwige leven.



Vers 20

Diepe wateren.

Dat zijn de grote rivieren.



Vers 21

Laat ze niet wijken.

Laat de wijsheid niet los!

Laat God niet los!


In de volgende verzen staan opnieuw zegeningen die God zal geven.



Vers 27

Wees altijd te vertrouwen.

Opnieuw geeft God geboden die horen bij een wijs leven, een leven met God.



Vers 32

Een gruwel.

Dit is een sterk woord.

Zo erg vindt God de zonde.



Vers 33

De vloek van God.

De vloek van God staat lijnrecht tegenover Zijn zegen. Dat lees je uitgebreid in Deuteronomium 28.



<