Hoofdstuk 14


Vers 1

Huis opbouwen.

Bedoeld is: je huisgezin.



Vers 21

De naaste niet verachten.

Jezus zegt dat " de naaste" iedereen is.

Dat kan ook iemand zijn die leeft op een manier, waarvan wij denken dat die niet goed is.

Jezus was ook een vriend van zondaren.


Je naaste liefhebben.

Dat houdt veel in.



Vers 26

De vreze des Heeren.

Spreuken 8:13.

Spreuken 14:27.

Spreuken 15:16.

Spreuken 15:33.

Spreuken 16:6.

Spreuken 19:23.

Psalm 25:12.

Jesaja 33:6.


Hebben wij nog wel zo'n diepe eerbied voor God?


"Ik" ontbreekt.

"Ik" is buiten beeld.

Wat hier geschreven wordt, is niet afhankelijk van mij. Ook niet van hoe ik naar de problemen kijk.


Sterk vertrouwen.

Iets wat sterk is, kan een stoot hebben. Het is ook aangetoond dat het sterk is.

Wat God geeft, is krachtig.


Vertrouwen.

Als we op God vertrouwen geeft dat ons



<