Hoofdstuk 15


Vers 3

De ogen van de HEERE.

Zie aantekeningen bij



Vers 4

Het medicijn.

De zachtheid van de tong.


Verkeerdheid erin.

Verkeerdheid in de tong, in de woorden.



Vers 6

Grote rijkdom.

Gelet op het woord "inkomen" gaat het hier waarschijnlijk om geld.

Een gelovige kan financieel arm zijn en geestelijk toch rijk.

Hij is dan rijk in:



Vers 8

Waarom een gruwel?

De goddeloze offert wel, maar hij geeft zijn hart niet aan God.



Vers 9

Gerechtigheid najagen.



Vers 11

Graf en verderf.

Grondwoord voor graf : sheool = dodenrijk.

Grondwoord voor verderf: abaddon = vernietiging, verderf.

Die zijn plaatsen in de onderwereld.

Zelfs die verre plaatsen ziet God. Hij ziet dus zeker ons hart.



Vers 16

Vrees des HEEREN.

Dat is een op God gericht leven.

Het heeft alles te maken met onze levenswandel.


Wat is de vrees des Heeren?



Vers 19

Als een doornhaag.

Overal doorns. De luiaard komt gewoon niet vooruit.



Vers 24

Hel beneden.

Grondwoord: sheool.

Dat is het dodenrijk.

Dat is dus de "onderwereld".

Daar verblijven de overledenen in het OT en de goddelozen zijn daar tot aan de opstanding.



<