Hoofdstuk 5


Vers 1

Daarna.

Nadat ze bij de oudsten geweest waren.


Andere formulering.

In Exodus 4:22 staat het anders. Zoon ipv volk.


God dienen in de woestijn.

Dat is waarschijnlijk de woestijn bij de berg Sinaï.

Het volk was dus veel langer dan drie dagen weg.

Het volk moest eerst het Sinaïtische schiereiland oversteken, naar Eilath en dan ten oosten van de Golf van Akaba naar het zuiden, naar Midian. Daarna 3 dagen in de woestijn.

Die weg ging Mozes na de uittocht ook met het volk, maar moest toen op Gods bevel aan de westkant van de Golf van Akaba naar het zuiden tot Pi-Hachiroth. Daar moest het volk dóór de Golf van Akaba om in de woestijn te komen.



Vers 2

Wie is de HEERE?

Wie ongehoorzaam is, wordt verhard.

Verharding is eigen schuld.



Vers 3

3 dagreizen.

Mozes moest naar de woestijn van Saoedi-Arabië, waar Sinaï ligt. Paulus noemt dat ook.

De reis daarheen duurt veel meer dan drie dagen. Daarna nog diep de woestijn in, 3 dagen, om bij Sinaï te komen.

Ziekte.

Als het volk ongehoorzaam is, dreigt God met zwaard en ziekte.

Farao schrikt daar niet van. Het volk is toch al te groot zegt hij in



Vers 6

Voormannen.

Misschien waren het Israëlieten, ondergeschikt aan de opzichters, de slavendrijvers.

In vers 14 krijgen die voormannen slaag.



Vers 7

Geen stro.

Stro lag op het land, of de Israëlieten moesten de stoppels nog verder afsnijden.

Stro was nodig voor stevige tegels.

Vers 12 spreekt over het verzamelen van stoppels.



Vers 9

Leugenachtige woorden.

Farao vindt de woorden van Mozes leugens.

Het volk moet zo druk zijn, dat ze geen tijd hebben om naar Mozes te luisteren.



Vers 10

Slavendrijvers.

Dat zijn waarschijnlijk Egyptenaren.


Voormannen.

Dat zijn Israëlieten die leiders zijn van slavenploegen.



Vers 13

Slavendrijvers.

Dat zijn de Egyptische opzichters.



Vers 14

De voormannen.

Dat zijn de Israëlitische ploegleiders.

Zij krijgen klappen.



Vers 15

Voormannen.

De Israëlische ploegleiders gaan hun beklag doen bij farao.



Vers 21

Mozes krijgt de schuld.

De Israëlische ploegleiders geven Mozes en Aäron de schuld van de slechte situatie.



<