Slang.
Wadjet is de cobra-godin die werd geassocieerd met de Nijldelta. Zij was de beschermgodin van Beneden-Egypte.
De slang.
Door dit wonder stond Mozes ver boven de slangenbezweerders.
3x hand.
Er staan in het Hebreeuws 2 verschillende woorden.
Melaats.
De melaatsheid was een ongeneeslijke ziekte. Hier geneest de hand van Mozes en dat is een wonder van een almachtige God.
3e teken.
We lezen niet dat Mozes dit teken in Egypte bij de oudsten deed. Wel gebeurde dit bij de eerste plaag.
Machtig in woorden.
Stefanus noemt Mozes " machtig in woorden", maar dat ziet meer op inhoud dan op voordracht.
Zelfs niet vanaf het ogenblik..
Uit deze opmerking van Mozes kun je opmaken, dat God al tegen hem had gesproken in Egypte.
Toen had God mogelijk al gesproken over de verlossing van Israël, maar toen ging Mozes het in eigen kracht proberen en vermoordde een Egyptenaar.
Wie gaf jou een mond?
God bedoelt: Ik maakte de mond en de tong. Dan kan Ik er toch ook voor zorgen dat je goed zult spreken.
Mozes gaat te ver.
Nu toont Mozes onwil, door kleingeloof. Dan wordt God boos.
Hij trekt u tegemoet.
Aäron is al enige tijd op reis, want hij ontmoet Mozes bij de berg Sinaï.
Aäron was toen 83 jaren. Hij was waarschijnlijk vrijgesteld van slavenwerk.
Met uw mond.
Dat gaat over de inhoud van de boodschappen.
Met zijn mond.
Dat gaat over de voordracht van de boodschappen.
Voor hem tot een god zijn.
Aäron zal alleen spreken wat Mozes hem opdraagt.
Farao van de verdrukking.
Toetmosis III regeerde 54 jaar. Hij was de farao van de verdrukking.
Die is nu opgevolgd door Amenhotep II, die de farao van de uittocht wordt.
Salomo bouwde de tempel 480 jaren ná de uittocht.
De staf van God.
Het was de herdersstaf van Mozes die in een slang was veranderd.
Zijn hart verharden.
Als farao niet luisteren wil, dan treedt de verharding in. Op een bepaald moment geeft God farao over aan die verharding.
De Hebreeuwse woorden voor de verharding drukken allemaal de begeerte uit om liever opstandig te zijn, dan om met God in harmonie te leven.
Zo zegt de HEERE.
Farao hoort nu ook de náám van de God van Israël.
Mijn zoon.
God heeft:
Uw zoon doden.
Hier dreigt God al met de tiende plaag. Dan is farao echt verhard na veel waarschuwingen.
Tegenkwam.
Letterlijk:
Het gaat hier waarschijnlijk over "hem", de eerstgeborene van Mozes.
Mozes moet het volk wijzen op het verbond, maar dan moet hij zichzelf ook wel aan het verbond houden, dus zijn zoons besnijden.
Besnijdenis.
De Israëlieten moesten besneden zijn om Pesach te vieren.
Israël had zich daar trouw aan gehouden en ieder kon bij de tiende plaag Pesach vieren. Mozes had echter zijn zonen niet besneden.
Gaf hij toe aan Zippora om niet te besnijden?
Zippora besneed...
Zippora was waarschijnlijk tégen de besnijdenis en ze doet het nu in boosheid.
Besnijdenis.
= Berit Mila.
Mila = woord.
We moeten besneden worden door "het woord". Ons hart wordt dan besneden.
Besnijdenissen.
Ze besneed twee zoons.
Dé berg van God.=Sinaï.
Aäron had al heel ver gereisd.