Horeb.
Jethro woonde in Arabië.
In Saoedi-Arabië wijst men de plaats Al Bad aan als woonplaats van Jethro.
De bron die daar is, noemen de bewoners nog altijd:
Engel van de HEERE.
In Genesis 16:13 noemt Hagar deze Engel van de HEERE ook "God".
Verscheen aan Mozes.
God verscheen aan Mozes.
Gedurende 215 jaar was God aan geen enkele Israëliet verschenen. Jakob was de laatste.
Waar verscheen God?
God verscheen volgens Handelingen 7:30 in de woestijn van de berg Sinaï.
Mozes was bij Jethro, in Midian. Dat is in Saoedi-Arabië.
In vers 12 belooft God dat Mozes bij deze berg Sinaï, samen met het volk Israël, God zal dienen.
Ook Paulus zegt dat Sinaï een berg in Arabië is.
De doortocht door de zee was dus door de Golf van Akaba en NIET door de Golf van Suez.
De berg Sinaï ligt dus NIET op het Sinaïtische schiereiland zoals velen ons willen laten geloven.
Gods Naam.
Gods Naam is:
God heet niet: Ik dóé.
Gods daden, Gods doen, komen voort uit Zijn zíjn.
Gods daden komen voort uit Zijn wezen, hoe Hij ís.
Zo heeft God lief, omdat Hij Liefde is.
Wij moeten op God lijken.
Ook in ons leven gaat het niet in de eerste plaats om wat wij doen, hoewel heel belangrijk, maar om wie we zijn.
Uit ons "zijn" moeten onze goede daden voortkomen.
Zie hier ben ik.
In het Hebreeuws staat: hineni.
Hineni drukt bereidheid uit. Ja HEERE, ik ben bereid. Vertelt u het maar, ik luister. Ik wil voor U beschikbaar zijn.
Schoen.
Een schoen beschermt tegen onreinheid. Daardoor is de schoen zelf hét beeld van onreinheid.
Voeten vegen heeft daar alles mee te maken.
Schoenen uitdoen ook.
Heilige grond.
Deze plaats was heilig, omdat de Heilige God daar was.
De God van uw vader.
De vader van Mozes is Amram. In Hebreeen 11:23 wordt ook over het geloof van Amram en Jochebed gesproken.
God openbaart zich.
God zegt wie Hij is, en hoe Hij is.
In vers 14 zegt God: en zo ben Ik!
Ik ben, die Ik ben.
Neergekomen.
God is neergekomen in de brandende struik.
Honing.
Honing = dadelsap.
"Wilde honing" is bijenhoning.
7 Volken.
Hier worden 6 volken genoemd, maar er waren er zeven.
Hier ontbreken de Girgasieten.
U zult Mijn volk uit Egypte leiden.
Mozes is al 40 jaar bij Jethro.
God gaat Mozes nú inschakelen. Nú is het Gods tijd.
Mozes werd leider en profeet.
Later worden er 3 leiders genoemd, Mozes, Aäron, Mirjam.
Wie ben ik?
Wie in eigen oog niets is, is voor God heel geschikt.
Gods kracht wordt volbracht in onze zwakheid.
Veertig jaar.
40 Jaar geleden dacht Mozes dat hij het zelf kon. Hij begon in eigen kracht.
Volgens Handelingen 7:22 was Mozes een man, machtig in woorden.
God had 40 jaar nodig om van Mozes een man te maken die het niet meer kon in eigen kracht.
God maakt van een "boom" een "struikje", een struikje dat één en al vlam is, zoals de brandende doornstruik.
Gods teken.
Hiermee zal Mozes bij het volk komen. Dan weet Mozes zeker dat God hem zond en ook het volk weet het.
Deze berg.
Paulus geeft ook duidelijk aan dat de Sinaï in Saoedi-Arabië ligt.
Deze berg ligt in Midian. Daar woonde Jethro.
De latere tocht door de zee.
Bij de uittocht uit Egypte trok Mozes richting Sinaï. Dus hij trok naar Saoedi-Arabië, naar Midian. Hij trok dus naar Eilath om daar aan de oostkust van de Golf van Akaba naar het zuiden te gaan.
De doortocht door de zee was dus NIET door de Golf van Suez, maar door de Golf van Akaba.
Ik ben.
JHWH= Jahweh.
Getalswaarde 26.
In de 26e generatie, Mozes, wordt deze Godsnaam bekend.
JHWH.
J=10
Er zijn 10 generaties vanaf Adam tot Noach.
H=5
Het tweede geslachtsregister heeft 5 namen, Sem tot Peleg.
W=6
Er zijn zes generaties tot Izak.
H=5
Er zijn vijf generaties tot Mozes.
Jakob, Levi, Kahath, Amram, Mozes.
Zie aantekeningen bij Exodus 3:6 hoe God is.
Twee keer.
God zegt Zijn Naam 2x tegen Mozes.
Ik ben. Ik was.
Het Hebreeuws kent geen tijd of tijden. Dat maakt vertalen lastig.
Gods naam kan zijn:
Gods naam is dus tijdsomspannend.
In het Grieks kan men dit dan weergeven als "eeuwige".
De HEERE.
God noemt Zijn naam:
JHWH = Jaweh.
Ik ben.
God van Izak is niet dezelfde als Allah.
Onze God is niet dezelfde als Allah.
Honing.
=dadelsap.
"Wilde honing" is bijenhoning.
Johannes de Doper at sprinkhanen en wilde honing.
Ze zullen luisteren.
3 dagen in de woestijn.
Er waren al veel dagen nodig om het Sinaïtische schiereiland over te steken en bíj deze woestijn te komen. Het is de woestijn in Saoedi-Arabië waar de Sinaï ligt. Ze moeten zeker dan nog 3 dagen in de woestijn reizen om bij Sinaï te komen.
Vertrek in de woestijn is nodig, zodat de Egyptenaren zich niet kunnen ergeren aan offers van runderen. De koeien waren in Egypte heilige dieren.
Ik weet.
God weet dat farao niet zal toegeven.
De farao is zelf verantwoordelijk voor zijn beslissing. Hij verhardt zich.
Tipje van de sluier.
God wist hoe het allemaal zou verlopen. Nu mag Mozes dat ook al een beetje weten.
Genade geven.
Ongelofelijke rijkdommen krijgen de Israëlieten mee als ze uit Egypte vertrekken.
Zilveren en gouden voorwerpen.
Men vroeg van de Egyptenaren geen eenvoudige voorwerpen. Veel waardevolle spullen.