Hoofdstuk 33


Vers 1

Dat u (Mozes) uit Egypte geleid hebt.

God is boos.

Hij zegt dat Mozes Israël verloste, terwijl Hij dat Zelf had gedaan. Dat zei God duidelijk bij de wetgeving.



Vers 2

Een engel.

Waarschijnlijk de aartsengel Michaël.

7 heidenvolken.

Hier ontbreken de Girgasieten.



Vers 3

Honing.



Vers 4

Onheilsboodschap.

God leidt het volk niet meer persoonlijk, maar doet dat door een engel.



Vers 5

Ik zal weten wat Ik doen zal.

Er komt hoop, want Israël toont berouw.



Vers 7

De tent.

Dit is waarschijnlijk een gewone tent waar God met Mozes sprak.

God wil niet meer in het midden van het volk zijn.

De tabernakel is er nog niet. De oprichting van de tabernakel lezen we pas in

Buiten het kamp.

De ontmoetingstent gaat naar een plaats buiten het kamp.

In Exodus 40:2 heet de tabernakel ook "tent van ontmoeting", maar het grondwoord is daar anders.

Ontmoetingstent.

Daar ontmoette Mozes God en spraken ze met elkaar.



Vers 9

Volgens vers 11 ging Jozua mee.


Neerdaalde.

De wolk kwam vanaf Sinaï naar de tabernakel.



Vers 10

God komt weer in hun omgeving.

De wolk komt bij de tent.

De wolk is wel buiten het kamp, maar toch komt God weer in de omgeving van het volk.



Vers 11

De HEERE spreekt met Mozes.

Een jongeman.

Jozua was al 50+.

Hij was een Efraïmiet, maar mocht ook in deze tent van ontmoeting.

Deze tent was niet de tabernakel, want die werd nog gemaakt.


Jozua bleef in de tent.

Het volk kon zo al zien dat Jozua de opvolger zou worden.



Vers 12

Wie U met mij meezendt.

Mozes wil gaan onder Gods leiding. Maar dat is hem nog niet duidelijk.



Vers 13

Uw weg.



Vers 14

Vraag of toezegging?

De Engelse vertaling spreekt over Gods verhoring.


KJV / NIV :

Dat is dus géén vraag, maar een médedeling.

In dit geval verhóórt God Mozes en Hij gaat weer mee.

Dat staat ook in vers 17.


Mijn aangezicht.

Aangezicht is meervoud.

Je kunt een gezicht van meerdere kanten zien.


Gebed van een rechtvaardige.



Vers 16

Gods aanwezigheid maakt het verschil.



Vers 18

Toen zei Mozes..

Mozes is heel gelukkig met Gods toezegging.

Hij zou God wel "om de hals" willen vliegen.



Vers 19

Ik zal...

Dus: waarom laat God aan Mozes Zijn goedheid zien?

Alleen omdat God dat zelf wil, vrije ontferming.



Vers 20

Aangezicht van God zien.

Mogelijk zag Mozes niet het aangezicht van de HEERE, maar van Jezus, de engel van Gods aangezicht.



Vers 21

Bij Mij.

God was ook op Sinaï.

Daar was een plaats voor Mozes.



Vers 22

Met Mijn hand bedekken.

God zal Mozes beschermen, want niemand kan God zien en blijven leven.

Toen Israël Gods heerlijkheid zag op de berg Sinaï, toen zagen ze een verterend vuur.



Vers 23

Van achteren zien.

Mozes zag wel een glimp van God.

De Joden leggen het zo uit:

We kunnen Gods aanwezigheid pas zien als we terugkijken naar het verleden; die kan nooit van tevoren worden gekend.



<