Hoofdstuk 32


Vers 1

Maak voor ons goden.

In het Hebreeuws staat elohim. Dat is een meervoudsvorm. Het wordt vertaald door God of goden.

Hier is zonde tegen het tweede gebod. Ze maken een beeld van God.

Apis, een stierafgod uit Egypte, wordt het beeld van de Schepper van de wereld.


Leiders op dat moment.

Aäron en Hur.

40 dagen.

Mozes bleef 40 dagen weg, samen met Jozua.



Vers 2

Aäron.

Aäron blijkt niet opgewassen tegen de vraag van het volk.



Vers 4

Mozes bad ook voor Aäron.

Mozes bad niet alleen voor het behoud van het volk, maar ook voor het leven van Aäron.

Onbegrijpelijke God.

Juist de meest verantwoordelijke voor het gouden kalf is Aäron en juist hem handhaaft God en geeft hem het ambt van hogepriester.


Uw goden.

In het Hebreeuws staat elohim. Dat kan God of goden betekenen.

Het verbond met God is nu al gebroken. De naam Jahweh gebruikt Aäron nog wel in het volgende vers.

Handelingen 7:41 spreekt van een afgod.



Vers 6

Uitbundig feest.

God was zo duidelijk aanwezig.

Maar... hoe dichtbij God Zich ook vertoonde, het volk verliet God. Het meest indrukwekkende wonder kan helaas géén liefde tot God bewerken. Israël hoefde niet te vragen: "HEERE, waar bent U?"

Hij was dichtbij.

De HEERE moest wel vragen: "Waarom dienen jullie Mij niet?"



Vers 7

Verbond verbroken.

God zegt tegen Mozes: "uw volk". Dat zegt alles.

Israël is de bruid van God. Nu reeds pleegt ze overspel.



Vers 9

Halsstarrig.



Vers 10

Mozes maken tot een volk.

God blijft wel trouw aan Zijn belofte aan Abraham. Hij wil dat uitvoeren via Mozes.

Maar hoe?

Aan Juda was voorzegd, dat Silo, de Messias, uit Juda's stam zou komen.

Mozes was een Leviet.

Met dit voorstel kon God de zegen die Juda kreeg niet waarmaken.


Mooi voorstel van God?

Hoevelen van ons zouden zeggen: "Wie ben ik om God tegen te spreken?"


Maar..



Vers 11

Mozes' gebed. (3×)

Mozes bad 40 dagen voor het volk.

In Kades Barnea bad Mozes weer 40 dagen, omdat God opnieuw Israël wilde vernietigen.

Ook in Numeri 16:22 redt Mozes het volk bij de opstand van Korach.


In Egypte dienden ze ook afgoden.

Pleitgronden van Mozes.

  1. Gods wonderlijke verlossing van Israël zou dan tevergeefs geweest zijn.
  2. Gods naam zou gesmaad worden door de Egyptenaren.
  3. De beloften aan de aartsvaders , bv aan Juda, zouden niet vervuld worden.

Wie God aan Zijn beloften houdt, wint van God.



Vers 13

Gods eed aan de aartsvaders.

Deze eed aan de aartsvaders had God via nakomelingen van Mozes nog wel waar kunnen maken, maar de zegen die Jakob aan Juda gaf, kon niet waargemaakt worden als God het volk zou ombrengen.



Vers 14

Gods berouw.

Waarschijnlijk wist Mozes niets van Gods berouw.

Dat kun je opmaken uit Exodus 32:30.

God straft niet het hele volk. Hij ontfermt zich over wie Hij wil.

Hier zien we de kracht van het gebed van een rechtvaardige.

Daar is ook Elia's gebed een voorbeeld van.



Vers 15

2 identieke wetstafels.

Elke huwelijksakte (ketoeba) was bij de Joden in tweevoud.

De beide aktes waren identiek.

Eén voor bruid en één voor bruidegom.

De tafels heten ook tafels van het verbond.

Ook waren de twee wetstafels identiek, dus geen verdeling in vier geboden op de ene en zes geboden op de andere tafel.

Israël mocht de beide wetstafels bewaren, maar wel in de ark, de troon van God.

De ark heet dan ook:

  1. Ark van de getuigenis.
  2. Ark van het verbond.

Van wie kreeg Mozes de beide wetstafels?

Uit handen van engelen.



Vers 16

Tafels, Gods werk.

Het tweede stel tafels bracht Mozes naar boven en God beschreef ze.

Het lijkt in déze tekst, dat God de éérste keer zélf voor de stenen van de wet zorgde.


In de tafels gegraveerd.

Gegraveerd = charuth. חרת

Goddelijke creativiteit in deze tekst.

Er staat nu eigenlijk:



Vers 17

Jozua.

Jozua was dus ook 40 dagen op de berg.



Vers 18

Engelen overhandigden de wet.



Vers 19

Verbroken.

Nergens lezen we dat God boos was, omdat Mozes de wetstafels brak.

God zelf was ook heel boos en had het volk willen vernietigen.



Vers 20

Goudstof drinken.

In kleine hoeveelheden goudstof drinken is niet schadelijk.



Vers 21

Mozes bad ook voor Aäron.

God wilde ook Aäron doden. Mozes bidt speciaal voor hem.

Bijzonder dat God Aäron later toch nog tot hogepriester maakt.



Vers 25

NBV21-vertaling:
"Mozes zag hoe het volk zich had laten gaan, omdat Aäron hun vrije teugel had gelaten en zij hun zelfbeheersing hadden verloren ten overstaan van hun vijanden."


Het volk was ongecontroleerd en losgeslagen, zowel in hun gedrag als in hun geloof. Ze hadden zich overgegeven aan heidense praktijken, wat leidde tot wanorde.

Aäron, die de leider was in Mozes' afwezigheid, had geen controle over de situatie en liet het volk hun gang gaan, wat tot grote zonde leidde.

De tekst suggereert dat Israëls gedrag hen belachelijk maakte tegenover hun vijanden, mogelijk omdat ze zich roekeloos gedroegen en hun speciale roeping als Gods volk niet eerden.



Vers 26

Al de Levieten.

Waarschijnlijk was Aäron daar niet bij.

In Exodus 22:20 had God geboden, dat ieder die de afgoden offert, gedood zal worden. Die bedreiging wordt nu werkelijkheid.



Vers 27

Zijn broeder doden.

Deze gebeurtenis laat zien hoe belangrijk discipline, geestelijk leiderschap en trouw aan God zijn. Mozes moest streng optreden om het volk weer op het juiste pad te krijgen.



Vers 28

3000 doden.

Later zijn er weer gouden kalveren in Dan en Bethel.

Dit geweld van de Levieten keert dus de dwaling NIET. Dat kan alléén de Heilige Geest.

Liefde.

De liefde van de Levieten voor God was groter dan de liefde tot de naaste.



Vers 29

Aan de HEERE wijden.

Jullie moeten nu een offer brengen aan God. Bewijs God deze dienst.

Ze mogen voor deze vreselijke dienst Gods zegen verwachten.



Vers 30

Gods berouw.

In Exodus 32:14 staat al dat God berouw had over het kwaad dat Hij Israël wilde aandoen. Dat wist Mozes waarschijnlijk nog niet, want in dit vers gaat Mozes pleiten voor verzoening.

Pleitredenen vind je in

40 dagen gebeden.



Vers 32

Uw boek.

Het gaat over het boek des levens.

Mozes en Paulus.

Ze hebben hun eigen leven over voor hun volk.

Zo leken ze op Jezus. Hij stierf voor Zijn volk.


Schrap mij uit Uw boek.

Mozes begrijpt Gods rechtvaardigheid. Hij weet iets van boetedoening. Hij gaat zichzelf als verzoening aanbieden.

Wat een aanbod.


In plaats van Gods plan als definitief te aanvaarden, verandert Mozes door zijn voorbede de geschiedenis in meer dan één opzicht.



Vers 33

Uit Mijn boek schrappen.

In het boek des levens staan alle mensen.

Wie echter ongelovig blijft, wordt uit dit boek geschrapt.

Wat dan uiteindelijk overblijft, is het boek des levens van Het Lam. Daarin staan alléén gelovigen.



Vers 34

Mijn engel.

Mogelijk bedoelt God hier de aartsengel Michaël, de beschermer van Israël.

Als Israël afgoden gaat dienen, plaatst God Israël, net als heidenvolken, onder toezicht van een engel.

Op de dag van Mijn vergelding.

Die dag kwam toen het volk de tien ongelovige verspieders geloofde. Toen mocht het volk niet naar Kanaän.

Ieder, ouder dan 20 jaar, zou in de woestijn sterven.



<