Hoofdstuk 31


Vers 3

De Geest van God.

De Heilige Geest geeft Bezaleël een enorme impuls in vakbekwaamheid en kunstenaarschap.

Dat lezen we niet van de vakman die aan de tempel van Salomo werkte.

Bezaleël is de eerste man in de bijbel waarvan gezegd wordt dat hij vervuld was met de Heilige Geest.


Er zijn meer personen waarvoor dit geldt.



Vers 6

Aholiab.

God heeft ook hem wijsheid gegeven.

Heb Ik wijsheid gegeven.

God gaf aan veel mensen, naast Bezaleël en Aholiab, wijsheid en vakbekwaamheid.



Vers 7

Tent van ontmoeting.

Dat is de tabernakel.

God woont temidden van Zijn volk.

Deze tabernakel is de ontmoetingsplaats tussen God en Zijn volk.

God spreekt vanaf het verzoendeksel met Mozes.



Vers 13

Mijn sabbatten.



Vers 16

Eeuwig verbond.

De sabbat is een teken (Vers 13) van het huwelijksverbond tussen God en Israël.



Vers 17

Zich verkwikt.

=adem scheppen.



Vers 18

2 identieke tafelen.

Elke huwelijksakte (ketoeba) was bij de Joden in tweevoud.

De beide aktes waren identiek.

Eén voor bruid en één voor bruidegom.

Ook de twee wetstafels waren identiek, dus geen verdeling in vier geboden op de ene en zes geboden op de andere tafel.

Israël mocht de beide wetstafels bewaren, maar wel in de ark, de troon van God.

Gods eigen werk.

Deze eerste wetstafels waren het werk van God zelf. Ook beschreef God ze.

Van wie kreeg Mozes de beide wetstafels?

Uit handen van engelen.



<