Hoofdstuk 18


Vers 1

Jethro.

Hij heet ook Rehuël=vriend van God.

Jethro is eigenlijk de titel van Rehuël, zoals farao een titel is.

Waarschijnlijk diende hij God, zoals Job en Melchizedek.


Jethro was de eerste die een Israëliet verborg. Hij werd gezegend.


Gehoord.

Er zijn mensen geweest die in Midian goed over God hebben gesproken.


Nakomelingen.

Nakomelingen van Jethro zijn:

1 Kronieken 2:55.



Vers 2

Teruggestuurd.

Na de besnijdenis van de zonen heeft Mozes zijn vrouw, met de beide zonen, teruggestuurd naar Jethro.

Jethro wordt in Saoedi-Arabië nog steeds geëerd.


Grotten van Jethro.

In Saoedi-Arabië liggen nog de grotten van Jethro (Mug-Hayir-Shuaeb). De façades zijn van de Nabateeërs, het inwendige is uit de tijd van Jethro.

Ook dit onderstreept dat de berg Sinaï in Saoedi-Arabië ligt.



Vers 4

De God van mijn vader.

Amram, de vader van Mozes, diende de HEERE.



Vers 11

Groter dan alle goden.

De HEERE liet in Egypte duidelijk zien, dat Hij veel machtiger was dan de afgoden.

Dat werd al direct zichtbaar toen de staf van Mozes een slang werd en alle slangen van de tovenaars verslond.


Overmoedig handelen.



Vers 12

Offeren.

Jethro offert. Hij is een priester. Hij erkent Israëls God als de ware God.

God had Aäron nog niet als priester aangesteld.



Vers 15

God raadplegen.

Dit lijkt meer dan rechtspreken tussen broeders. Ze vragen naar de wil van God in geschillen.

Maar ze moeten wel bij Mozes zijn, want hij was de middelaar tussen God en het volk. God sprak met Mozes en Mozes met God.

Mozes maakt zo het volk ook direct bekend wat Gods wil is. (Vers 16).



Vers 19

Mozes is middelaar.

Mozes blijft de contactpersoon tussen het volk en God.

Hij maakt de wil van God bekend.



Vers 20

Mondelinge Thora.

Dit vers is volgens de Joden de basis voor de mondelinge uitleg van de Thora.

De mondelinge overlevering.

Goede deugden bezitten.

Voor de gezochte rechters is niet belangrijk dat ze rijk zijn, maar ze moeten de genoemde eigenschappen bezitten.



Vers 21

Taakverdeling.

Mozes geeft in Gods naam de wetten door.

Anderen moeten die uitvoeren en handhaven.


Afkeer van winstbejag.

Ze moeten dus niet omkoopbaar zijn.



Vers 22

Grote zaken.

Die hadden meer met de wetgeving zelf te maken.

Of zaken waar de wet geen duidelijke uitspraak over deed.

Mozes kon met God overleggen.



Vers 23

En God het je gebiedt.

Mozes moet deze zaak voor God brengen en Zijn goedkeuring vragen.



<