Hoofdstuk 17


Vers 1

Rafidim.

=plek van rust.

Tegenwoordig is daar ook nog veel water.



Vers 2

Onenigheid.

Dat liep hoog op.

Heftige gebaren.

Het scheelde, volgens Exodus 17:4 niet veel of ze zouden Mozes stenigen.

Mozes slaat op de rots. Dit is Massa en Meriba, volgens vers 7.

Ten NW van de Djebel al Laws (Sinaï) in Saoedi-Arabië staat een gespleten rots. Je kunt door die rotsspleet lopen. Rondom die rots is watererosie te zien


Volgens Numeri 20 zijn ze 40 jaar later in Kades.

Dan is er hetzelfde probleem.

Dan moet Mozes tegen de rots spréken. Hij slaat helaas.

Opnieuw heet het: wateren van Meriba.

1 Corinthiërs 10:4 De Rots was Christus.



Vers 4

Bijna gestenigd.

De nood van het volk is wel hoog.

Maar i.p.v. een gezamenlijk gebed tot God, gaan ze in ongeloof weer mopperen op Mozes.

Ze kwetsten, volgens vers 7, ook God door te vragen waar Hij nu was.



Vers 6

1 keer slaan.

God staat vóór Mozes op de rots. Mozes moet dan de rots slaan. Heenwijzing naar Jezus die 1x geslagen (gedood) werd.

Daarom mocht Mozes de volgende keer,

niet slaan op de rots, maar moest hij er tegen spreken.

Mozes sloeg de tweede keer ook. Toen klopte de schaduw van de steenrots niet meer met de werkelijkheid van de dood van Jezus. Jezus hoefde maar 1x te sterven.

God nam het Mozes ook zeer kwalijk, dat hij voor de tweede keer sloeg. Mozes mocht het beloofde land niet in.


In Rafidim en omgeving is slechts één rots waar nog altijd een vloeiende bron is. Het is ook een gespleten rots.



Vers 7

Massa en Meriba.

Massa = verzoeking.

Meriba = onenigheid.


40 jaar later is hetzelfde probleem bij Kades.



Vers 8

Amalek.

Kleinzoon van Ezau.

Broederhaat laaide weer op.

Amalek heet: voornaamste van de heidenen.

De woestijn Sur.

Israël was ín of net uit de woestijn Sur.

In deze buurt woonde Amalek.

Saul bestreed later Amalek in deze buurt.



Vers 9

Jozua.

= Hosea.

Zoon van Nun, uit de stam van Efraïm. Hij was dienaar van Mozes.

Hij was toen 53 jaar.

Eigenlijk heette hij Hosea, maar Mozes geeft hem de naam Jozua.

In de Septuaginta heet hij Jezus.



Vers 10

Hur.

Man van Mirjam, dus zwager van Mozes en Aäron?

Dit vermeldt de Joodse overlevering, maar het staat nergens in de bijbel.



Vers 14

Amalek uitroeien.

Als een schrijver begint om aan een boekrol te schrijven, dan schrijft hij eerst op een klein blaadje het woord "Amalek". Daarna krast hij dat woord door.




Vers 15

De banier.

Dat is het vaandel.

De legereenheid verzamelde zich rond de banier. De banierdrager leidde.

Voor Mozes is de HEERE de banier, de Leider.



Vers 16

De hand op de troon.

1 Samuel 15:2.

Uitroeien van Amalek.

Dat wordt geboden in



<