15e dag vd 2e maand.
Israël is al 1 maand op reis, dus 29-30 dagen. (Maandkalender)
Ze vertrokken 15 Abib / Nissan.
Er is nu al 500 km afgelegd. Als er 4 sabbatten bij zijn waarop niet werd gereisd, dan waren er nog ongeveer 25 dagen over. Dat is gemiddeld 20 km per dag.
Gemor.
In vers 7+8 heet het gemor tegen de HEERE.
Wat is de aanleiding?
Het brood raakt op.
Gestorven door Gods hand
Israël zegt dus eigenlijk: waren we ook maar omgekomen bij de 10e plaag.
De "hand van God" had juist grote wonderen voor hen gedaan.
Brood uit de hemel.
Hemels koren krijgen ze.
Dubbel deel.
Op de zesde dag lag er een dubbele hoeveelheid manna. Op de sabbat viel er géén manna. Ook hieraan zie je dat het manna er was door een wonder van God.
Het sabbatsgebod was er nog niet. Dat kwam pas bij de wetgeving op Sinaï.
De HEERE leidt.
In vers 3 had het volk gezegd dat Mozes en Aäron hen leidden. Vanavond zullen de Israëlieten weten dat God hen leidt.
Dat God leidde konden ze toch duidelijk gezien hebben in de achterliggende maand.
Nu een extra bewijs.
Vanavond: vlees.
Morgen: brood, manna.
Heerlijkheid van de HEERE.
Men probeert het manna wel te verklaren als iets dat na insectensteken uit bomen valt. Of als afscheiding van schildluizen op tamarisken. Alleen in de Sinaï geeft de boom manna, het meest in regenachtige jaren. Maar men kan zo dit grote wonder niet verklaren:
Dit wonder toont echt de heerlijkheid van God.
Trekvogels.
Hier gaat het over de voorjaarstrek. Er zijn minder grote aantallen dan in
Gemor.
Israël dacht dat ze tegen Mozes en Aäron morden volgens
Nee, zegt Mozes hier, jullie mopperen op de HEERE.
Kom naar voren
Kom dichtbij de wolk van God staan.
Heerlijkheid van de HEERE.
Er kwam waarschijnlijk een goddelijke glans in de wolk.
Het volk zei dat Mozes en Aäron leidden, maar nu zagen ze aan alles dat God leidde.
Die heerlijkheid van de HEERE kwam later in de tabernakel en in de tempel.
Zo zal de heerlijkheid van de HEERE opnieuw in de derde tempel komen.
De HEERE sprak tegen Mozes.
Misschien hoorde het volk deze stem ook wel.
God geeft voedsel.
Wat wij niet konden doen, dat zal God doen.
Het voedsel daalt van boven.
De HEERE zal voorzien.
Leef uit Vaders hand.
God zendt het manna precies op tijd.
Maar... het manna viel buiten het kamp. We moeten onze tent uit om Gods gaven te ontvangen. God doet Zijn deel, het volk heeft ook een verantwoordelijkheid.
Gods medearbeiders zijn wij.
Kwartels.
Patrijsachtige trekvogels, ongeveer zo groot als een tortelduif. Hard en droog vlees dat men graag eet.
De vogels vliegen in dichte groepen.
Men kan er 2 of 3 doden door een stok in zo'n groep te werpen.
Dauwlaag.
Er ligt manna, maar het volk ziet niets. Er ligt dauw over.
Zo kan het ook zijn met het onderzoek van het woord. God beproeft ons wel, maar weet precies wat we nodig hebben.
Toen de dauwlaag optrok, zag het volk het voedsel.
Hoe was de vorm?
Gomer.
Gomer is ongeveer 3,6 liter.
Een gomer is 1/10 deel van een efa .
10 efa's vormen samen 1 homer / bath.
Een toonbrood was van 2/10 efa, dus 7,2 liter.
Verzamel naar behoefte.
Er is ruim voldoende. Neem dat mee wat je nodig hebt.
Als je te weinig hebt, dan komt dat door eigen luiheid.
Bij God is het nooit op.
Niets bewaren tot morgen.
Dat zou wantrouwen zijn t.o.v. God.
Vol wormen.
Wij kennen meelwormen. Dat zijn larven van kevers.
Het manna zat vol met maden / wormen.
Dit zijn de larven van de scharlakenworm en dat is geen worm, maar een insect.
Zie aantekeningen bij Psalm 22:7.
We moeten leren..
Manna smelt. Zoek vroeg.
Wie te laat gaat verzamelen, vindt niets.
Jezus is het Brood uit de hemel.
Zoek de Heere vroeg.
Wie Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.
Wonder bij een wonder
Als men iets vh manna bewaarde tot de volgende dag, dan was het bedorven door maden.
Dat gebeurde niet met het manna dat men op de 6e dag had verzameld.
Geen werk op de sabbat.
Opnieuw een wonder.
Op de sabbat waren er geen maden.
Dit is duidelijk zorg van God.
Sommigen weer ongelovig.
In vers 25 had Mozes gezegd dat ze op de sabbat niets zouden vinden. Ze zijn weer ongelovig.
Ezechiel 20:13.
Gods gebod niet doen.
God wilde dat het volk rustte op sabbat.
Manna.
=geschenk.
=wat is dat?
Manna klinkt als de Hebreeuwse uitdrukking voor ‘wat is dat?’
Kleur en vorm.
Gouden kruik.
Het was een gouden kruik en die werd later in de ark bewaard. Er zat 1 gomer manna in, dus voor 1 persoon.
Einde vh manna.
Israël was over de Jordaan, in het beloofde land. Toen stopte het manna.
Dagelijks uit Zijn hand leven.
Hoelang?
Totdat je aankomt in het beloofde land.
We zijn pelgrims. We zijn vreemdeling.
We moeten het Brood des Levens dagelijks zoeken en er van eten.